KC16/24-0011
Irrecevable
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
KANTINE - REKENINGEN - REDELIJKE TERMIJN
De klacht betreft de feestkantine in de gevangenis van Leuven Centraal.
Klager klaagt enerzijds aan dat hij de feestkantine die hij had besteld en betaald, niet heeft ontvangen en anderzijds dat hij hiervoor geen terugbetaling ontving. In die zin zou de klacht gekwalificeerd kunnen worden als een verzuim of een weigering van de directie om een beslissing
te nemen in de zin van artikel 148, tweede lid van de Basiswet, eerder dan een beslissing door of namens de directie in de zin van artikel 148, eerste lid van de Basiswet.
De directie deelde mee dat op 14.12.2023 de garnaalkroketten, de Jupiler Sixpack en 1 blikje van de 6 blikjes Hoegaarden rosé door Carrefour waren geleverd en aan klager werden aangeboden. Klager heeft deze artikelen echter niet willen aannemen omdat zijn bestelling niet volledig werd geleverd. Het ontbreken van de overige 5 blikjes Hoegaarden rosé en de parfum was te wijten aan een tekort bij Carrefour. De andere gedetineerden die deze besteld hadden hebben deze ook niet ontvangen. De volledige bestelling werd echter integraal terugbetaald op 3 en 4 januari 2024. De klachtencommissie heeft aan de hand van het uittreksel van de rekening van klager kunnen vaststellen dat de verschillende bestelde artikelen afzonderlijk werden terugbetaald aan klager op de vermelde data.
Op basis van bovenstaande informatie besluit de klachtencommissie dat klager alvast het recht op kantine niet werd ontzegd. De gebrekkige levering van zijn feestkantine was bovendien niet te wijten aan de directie of de boekhouding maar een gevolg van een logistiek probleem bij Carrefour en de eigen keuze van klager. Op het moment dat klager zijn initiële klacht indiende (20.12.2023), was de bestelling inderdaad nog niet teruggestort op de rekening van klager. De klachtencommissie meent echter dat aan de directie en de boekhouding een redelijke termijn moest worden gelaten voor de terugbetaling gelet op de kerst- en eindejaarperiode. De klachtencommissie is van oordeel dat de klacht geen verzuim of weigering van de directie om een beslissing te nemen binnen een redelijke termijn, uitmaakt. Bijgevolg is de klacht kennelijk onontvankelijk.
De klacht betreft de feestkantine in de gevangenis van Leuven Centraal.
Klager klaagt enerzijds aan dat hij de feestkantine die hij had besteld en betaald, niet heeft ontvangen en anderzijds dat hij hiervoor geen terugbetaling ontving. In die zin zou de klacht gekwalificeerd kunnen worden als een verzuim of een weigering van de directie om een beslissing
te nemen in de zin van artikel 148, tweede lid van de Basiswet, eerder dan een beslissing door of namens de directie in de zin van artikel 148, eerste lid van de Basiswet.
De directie deelde mee dat op 14.12.2023 de garnaalkroketten, de Jupiler Sixpack en 1 blikje van de 6 blikjes Hoegaarden rosé door Carrefour waren geleverd en aan klager werden aangeboden. Klager heeft deze artikelen echter niet willen aannemen omdat zijn bestelling niet volledig werd geleverd. Het ontbreken van de overige 5 blikjes Hoegaarden rosé en de parfum was te wijten aan een tekort bij Carrefour. De andere gedetineerden die deze besteld hadden hebben deze ook niet ontvangen. De volledige bestelling werd echter integraal terugbetaald op 3 en 4 januari 2024. De klachtencommissie heeft aan de hand van het uittreksel van de rekening van klager kunnen vaststellen dat de verschillende bestelde artikelen afzonderlijk werden terugbetaald aan klager op de vermelde data.
Op basis van bovenstaande informatie besluit de klachtencommissie dat klager alvast het recht op kantine niet werd ontzegd. De gebrekkige levering van zijn feestkantine was bovendien niet te wijten aan de directie of de boekhouding maar een gevolg van een logistiek probleem bij Carrefour en de eigen keuze van klager. Op het moment dat klager zijn initiële klacht indiende (20.12.2023), was de bestelling inderdaad nog niet teruggestort op de rekening van klager. De klachtencommissie meent echter dat aan de directie en de boekhouding een redelijke termijn moest worden gelaten voor de terugbetaling gelet op de kerst- en eindejaarperiode. De klachtencommissie is van oordeel dat de klacht geen verzuim of weigering van de directie om een beslissing te nemen binnen een redelijke termijn, uitmaakt. Bijgevolg is de klacht kennelijk onontvankelijk.