KC16/23-0222
Fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT
De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een tuchtrechtelijke inbreuk van eerste categorie, en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden, een tuchtrechtelijke inbreuk van tweede categorie.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur de feiten op grond van de twee rapporten aan de directeur niet kon kwalificeren als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden. Nergens in het tuchtdossier staat dat men klager heeft zien slaan of heeft zien uithalen. Bovendien was het niet klager die geweld heeft gebruikt waardoor de beambte gewond raakte. Tot slot is in de tuchtbeslissing ook niet verduidelijkt welke belediging klager kan verweten worden. De klachtencommissie meent dat deze tuchtinbreuken bijgevolg niet weerhouden kunnen worden.
De klachtencommissie is wel van mening dat klager de orde opzettelijk heeft aangetast door de medegedetineerde aan te spreken. Hierdoor werd de medegedetineerde immers uitgedaagd. Om deze reden is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden.
De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een tuchtrechtelijke inbreuk van eerste categorie, en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden, een tuchtrechtelijke inbreuk van tweede categorie.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur de feiten op grond van de twee rapporten aan de directeur niet kon kwalificeren als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden. Nergens in het tuchtdossier staat dat men klager heeft zien slaan of heeft zien uithalen. Bovendien was het niet klager die geweld heeft gebruikt waardoor de beambte gewond raakte. Tot slot is in de tuchtbeslissing ook niet verduidelijkt welke belediging klager kan verweten worden. De klachtencommissie meent dat deze tuchtinbreuken bijgevolg niet weerhouden kunnen worden.
De klachtencommissie is wel van mening dat klager de orde opzettelijk heeft aangetast door de medegedetineerde aan te spreken. Hierdoor werd de medegedetineerde immers uitgedaagd. Om deze reden is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden.