KC16/23-0157
Fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Mesure d'ordre
ORDEMAATRGEL - ARBEID - ONTSLAG
De klacht betreft de ordemaatregel van 22.09.2023 van de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal.
Op 20.09.2023 werd een rapport aan de directeur (RAD) opgesteld omdat klager zonder toestemming aan de draaibank had gewerkt waar hij een eigen productie was opgestart die niet gerelateerd was aan de regieopdrachten van de schrijnwerkerij. Bij het rapport werden drie bewerkte houten stokken gevoegd.
De directie nam op 21.09.2023 kennis van het RAD en kwam tot het besluit dat het gedrag van klager een ernstig veiligheidsrisico had gevormd waardoor de verdere tewerkstelling in de schrijnwerkerij niet langer wenselijk was. De directie besloot op 22.09.2023 om klager te ontslaan en klager werd onderaan de wachtlijst geplaatst.
De klachtencommissie meent dat de directie op basis van de vastgestelde feiten in redelijkheid en billijkheid en conform de dienstnota van 18.06.2015 inzake Arbeid tot het ontslag van klager kon besluiten. De klachtencommissie concludeert dat klager op eigen houtje zijn werk organiseerde zonder hiervoor voorafgaandelijke toelating te hebben gevraagd aan de toezichthouder, terwijl dit strijdig is met de ondertekende verbindingsverklaring tot veilig werken.
De klachtencommissie merkt weliswaar op dat in strijd met de dienstnota van 18.06.2015 inzake Arbeid, klager onderaan de wachtlijst werd geplaatst. Om deze redenen is de klacht kennelijk gedeeltelijk gegrond.
De klacht betreft de ordemaatregel van 22.09.2023 van de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal.
Op 20.09.2023 werd een rapport aan de directeur (RAD) opgesteld omdat klager zonder toestemming aan de draaibank had gewerkt waar hij een eigen productie was opgestart die niet gerelateerd was aan de regieopdrachten van de schrijnwerkerij. Bij het rapport werden drie bewerkte houten stokken gevoegd.
De directie nam op 21.09.2023 kennis van het RAD en kwam tot het besluit dat het gedrag van klager een ernstig veiligheidsrisico had gevormd waardoor de verdere tewerkstelling in de schrijnwerkerij niet langer wenselijk was. De directie besloot op 22.09.2023 om klager te ontslaan en klager werd onderaan de wachtlijst geplaatst.
De klachtencommissie meent dat de directie op basis van de vastgestelde feiten in redelijkheid en billijkheid en conform de dienstnota van 18.06.2015 inzake Arbeid tot het ontslag van klager kon besluiten. De klachtencommissie concludeert dat klager op eigen houtje zijn werk organiseerde zonder hiervoor voorafgaandelijke toelating te hebben gevraagd aan de toezichthouder, terwijl dit strijdig is met de ondertekende verbindingsverklaring tot veilig werken.
De klachtencommissie merkt weliswaar op dat in strijd met de dienstnota van 18.06.2015 inzake Arbeid, klager onderaan de wachtlijst werd geplaatst. Om deze redenen is de klacht kennelijk gedeeltelijk gegrond.