KC16/23-0152
Non fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - VERTROUWENSFUNCTIE
De klacht betreft de ontslagbeslissing van 06.09.2023 van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.
Op 04.09.2023 werd een observatienota opgesteld omdat een personeelslid opnieuw klachten had ontvangen over klager. Er kwamen in het verleden al klachten binnen en klager werd al meermaals en laatst op 27 juli 2023 aangesproken hierover. Het blijkt onmogelijk te zijn om met klager samen te werken. Klager zou personeel en medegedetineerden commanderen en zich negatief uitlaten over andere collega’s. Hoewel klager dus meermaals de kans kreeg om zich te herpakken, heeft de directie vastgesteld dat hij zijn gedrag niet heeft aangepast en hij bijgevolg niet geschikt is voor de functie van diender, die tenslotte een vertrouwensjob is.
De ontslagbeslissing werd afdoende gemotiveerd en gesteund op verifieerbare stukken. Hoewel de directie hiertoe op basis van de dienstnota niet verplicht was, heeft zij de beslissing zowel mondeling als schriftelijk toegelicht aan klager. Bovendien is klager intussen opnieuw aan het werk. De klachtencommissie is van oordeel dat de ontslagbeslissing wettig en redelijk en billijk was. Om deze reden is de klacht kennelijk ongegrond.
De klacht betreft de ontslagbeslissing van 06.09.2023 van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.
Op 04.09.2023 werd een observatienota opgesteld omdat een personeelslid opnieuw klachten had ontvangen over klager. Er kwamen in het verleden al klachten binnen en klager werd al meermaals en laatst op 27 juli 2023 aangesproken hierover. Het blijkt onmogelijk te zijn om met klager samen te werken. Klager zou personeel en medegedetineerden commanderen en zich negatief uitlaten over andere collega’s. Hoewel klager dus meermaals de kans kreeg om zich te herpakken, heeft de directie vastgesteld dat hij zijn gedrag niet heeft aangepast en hij bijgevolg niet geschikt is voor de functie van diender, die tenslotte een vertrouwensjob is.
De ontslagbeslissing werd afdoende gemotiveerd en gesteund op verifieerbare stukken. Hoewel de directie hiertoe op basis van de dienstnota niet verplicht was, heeft zij de beslissing zowel mondeling als schriftelijk toegelicht aan klager. Bovendien is klager intussen opnieuw aan het werk. De klachtencommissie is van oordeel dat de ontslagbeslissing wettig en redelijk en billijk was. Om deze reden is de klacht kennelijk ongegrond.