KC16/23-0122
Fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Disciplinaire
TUCHT - CAMERABEELDEN - KWALIFICATIE - PUNTENSYSTEEM
Op basis van de motivering van de tuchtbeslissing, blijkt dat de directie zich voor het bewezen verklaren van de feiten, heeft gebaseerd op de camerabeelden en de verwondingen die klager opliep. De klachtencommissie is van oordeel dat de adjudant in een rapport aan de directeur (RAD) helder heeft beschreven hoe alarm werd gegeven wegens een vechtpartij op de wandeling. In het RAD heeft de adjudant de beelden nauwkeurig omschreven. Op de beelden was volgens de adjudant duidelijk te zien hoe klager op de vechtpartij afging en zelf enkele slagen uitdeelde. Op basis van het verslag van de hoorzitting stelt de klachtencommissie vast dat de camerabeelden conform het recht op tegenspraak werden getoond aan klager. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid de feiten kon bewezen verklaren in hoofde van klager gelet op de camerabeelden, de ongeloofwaardige uitleg van klager en de bijtwonden op zijn buik die erop wijzen dat het slachtoffer hem heeft gebeten.
Klager werd gesanctioneerd voor de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, een inbreuk van eerste categorie. De klachtencommissie meent dat deze tuchtrechtelijke kwalificatie overeenstemt met de ten laste gelegde feiten. Klager werd echter ook gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorschreven bepalingen, een inbreuk van tweede categorie. In de motivering van de tuchtbeslissing wordt echter niet vermeld welke regel van het huishoudelijk reglement klager heeft geschonden. Deze tuchtrechtelijke inbreuk kan bovendien enkel aan de gedetineerde ten laste worden gelegd als de overtreden ‘regel’ een regel betreft die ook daadwerkelijk een schriftelijke neerslag vindt in het huishoudelijk reglement. Deze tuchtinbreuk kan niet dienen als een soort van vangnetbepaling. Anders oordelen zou immers strijdig zijn met het principe dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken dan omschreven door de Basiswet. Om deze reden is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan.
Naar aanleiding van de tuchtbeslissing, kreeg klager vijf punten toegekend conform de brochure basisregime. De directie blijft van oordeel dat het toekennen van punten het automatische gevolg is van het plegen van een bepaalde tuchtinbreuk – en dit op basis van de brochure basisregime– en dus geen voorafgaande individuele beoordeling van de gevangenisdirecteur veronderstelt. De klachtencommissie en recent ook de Beroepscommissie zijn echter een andere mening toegedaan. De toewijzing van een verblijfsruimte aan een gedetineerde is de bevoegdheid van de directie. De beslissing om een gedetineerde van het ene naar het andere regime over te plaatsen, is inherent een geïndividualiseerde beslissing die een welbepaalde gedetineerde (be)treft. Ook al giet de directie haar beslissingsbevoegdheid omtrent cel- en regimemutaties in algemene richtlijnen die automatisch uitwerking zouden vinden, in casu het puntensysteem, betekent dit niet dat de directie hierdoor het toezicht van de klachtencommissie ontloopt. De Beroepscommissie bevestigde op 13 juli 2023 voor het eerst de rechtspraak van de klachtencommissie van Leuven – centraal die beslissingen inzake het puntensysteem ontvankelijk verklaart. De klachtencommissie besluit dat de toekenning van vijf punten een individuele beslissing van de directeur was.
Naast het ontbreken van een wettelijke grondslag voor het puntensysteem, is de directie verplicht om al haar beslissingen genomen in het kader van de Basiswet, te motiveren. De gevangenisdirectie moet in haar beslissing de juridische en feitelijke overwegingen die ten grondslag liggen aan de beslissing afdoende motiveren. De klachtencommissie meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van de beslissing. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel het aantal punten naderhand wordt ingevuld. Deze mededeling is zeer algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom men een bepaald aantal punten toekent of waarom men een gedetineerde overplaatst naar een gesloten regime. Enkel benoemen welke inbreuk aanleiding gegeven heeft, volstaat niet. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben, te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht gegrond. De beslissing tot toekenning van vijf punten wordt vernietigd. Ten gevolge van de vernietiging van de beslissing, worden de gevolgen van de beslissing door de directeur ongedaan gemaakt.
Op basis van de motivering van de tuchtbeslissing, blijkt dat de directie zich voor het bewezen verklaren van de feiten, heeft gebaseerd op de camerabeelden en de verwondingen die klager opliep. De klachtencommissie is van oordeel dat de adjudant in een rapport aan de directeur (RAD) helder heeft beschreven hoe alarm werd gegeven wegens een vechtpartij op de wandeling. In het RAD heeft de adjudant de beelden nauwkeurig omschreven. Op de beelden was volgens de adjudant duidelijk te zien hoe klager op de vechtpartij afging en zelf enkele slagen uitdeelde. Op basis van het verslag van de hoorzitting stelt de klachtencommissie vast dat de camerabeelden conform het recht op tegenspraak werden getoond aan klager. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid de feiten kon bewezen verklaren in hoofde van klager gelet op de camerabeelden, de ongeloofwaardige uitleg van klager en de bijtwonden op zijn buik die erop wijzen dat het slachtoffer hem heeft gebeten.
Klager werd gesanctioneerd voor de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, een inbreuk van eerste categorie. De klachtencommissie meent dat deze tuchtrechtelijke kwalificatie overeenstemt met de ten laste gelegde feiten. Klager werd echter ook gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorschreven bepalingen, een inbreuk van tweede categorie. In de motivering van de tuchtbeslissing wordt echter niet vermeld welke regel van het huishoudelijk reglement klager heeft geschonden. Deze tuchtrechtelijke inbreuk kan bovendien enkel aan de gedetineerde ten laste worden gelegd als de overtreden ‘regel’ een regel betreft die ook daadwerkelijk een schriftelijke neerslag vindt in het huishoudelijk reglement. Deze tuchtinbreuk kan niet dienen als een soort van vangnetbepaling. Anders oordelen zou immers strijdig zijn met het principe dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken dan omschreven door de Basiswet. Om deze reden is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan.
Naar aanleiding van de tuchtbeslissing, kreeg klager vijf punten toegekend conform de brochure basisregime. De directie blijft van oordeel dat het toekennen van punten het automatische gevolg is van het plegen van een bepaalde tuchtinbreuk – en dit op basis van de brochure basisregime– en dus geen voorafgaande individuele beoordeling van de gevangenisdirecteur veronderstelt. De klachtencommissie en recent ook de Beroepscommissie zijn echter een andere mening toegedaan. De toewijzing van een verblijfsruimte aan een gedetineerde is de bevoegdheid van de directie. De beslissing om een gedetineerde van het ene naar het andere regime over te plaatsen, is inherent een geïndividualiseerde beslissing die een welbepaalde gedetineerde (be)treft. Ook al giet de directie haar beslissingsbevoegdheid omtrent cel- en regimemutaties in algemene richtlijnen die automatisch uitwerking zouden vinden, in casu het puntensysteem, betekent dit niet dat de directie hierdoor het toezicht van de klachtencommissie ontloopt. De Beroepscommissie bevestigde op 13 juli 2023 voor het eerst de rechtspraak van de klachtencommissie van Leuven – centraal die beslissingen inzake het puntensysteem ontvankelijk verklaart. De klachtencommissie besluit dat de toekenning van vijf punten een individuele beslissing van de directeur was.
Naast het ontbreken van een wettelijke grondslag voor het puntensysteem, is de directie verplicht om al haar beslissingen genomen in het kader van de Basiswet, te motiveren. De gevangenisdirectie moet in haar beslissing de juridische en feitelijke overwegingen die ten grondslag liggen aan de beslissing afdoende motiveren. De klachtencommissie meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van de beslissing. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel het aantal punten naderhand wordt ingevuld. Deze mededeling is zeer algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom men een bepaald aantal punten toekent of waarom men een gedetineerde overplaatst naar een gesloten regime. Enkel benoemen welke inbreuk aanleiding gegeven heeft, volstaat niet. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben, te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht gegrond. De beslissing tot toekenning van vijf punten wordt vernietigd. Ten gevolge van de vernietiging van de beslissing, worden de gevolgen van de beslissing door de directeur ongedaan gemaakt.