KC16/23-0111
Non fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT
De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het rapport aan de directeur dat door een beambte werd opgemaakt. De klachtencommissie is van oordeel dat het rapport op een nauwkeurige en uitvoerige wijze beschrijft hoe aan klager meermaals de kans wordt geboden om te gaan douchen. Klager treuzelt echter gedurende twintig minuten en blijft desondanks hierover te zijn aangemaand door opsteller, in gesprek te gaan met een andere gedetineerde op de gesloten vleugel.
Het huishoudelijk reglement van de gevangenis stelt nochtans dat “de gedetineerde die wenst deel te nemen aan activiteiten (sport, wandeling, bezoek, …) tijdig klaar is
voor de bewegingen.” Wanneer klager kordaat werd aangesproken over zijn gedrag, werd opsteller door klager verweten van bedreigend over te komen. Vervolgens is klager volgens het RAD neus aan neus gaan staan met opsteller.
De directeur nam kennis van het rapport en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd regelmatig opgeroepen voor de tuchtrechtelijke hoorzitting. Op
vraag van klager werd een pro deo-advocaat aangesteld om bijstand te leveren tijdens de hoorzitting. Op basis van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting, meent de klachtencommissie dat klager heeft toegegeven dat hij heeft getreuzeld en dat hij in die zin de bevelen van het personeel niet heeft opgevolgd. Klager was echter niet te spreken over de manier waarop de opsteller van het RAD hem aansprak hierover.
Gelet op de gedeeltelijke bekentenis van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en de duidelijke vaststellingen uit het RAD, besluit de klachtencommissie dat de directie de feiten in redelijkheid en billijkheid bewezen kon verklaren in hoofde van klager. De directeur kwalificeerde de feiten als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel, een inbreuk van tweede categorie. Voor een inbreuk van tweede categorie is de maximumsanctie vijftien dagen ATV zodat de tuchtsanctie van drie dagen ATV wettig is. Bovendien is de tuchtsanctie niet onredelijk of onbillijk gelet op de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager.
Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.
De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het rapport aan de directeur dat door een beambte werd opgemaakt. De klachtencommissie is van oordeel dat het rapport op een nauwkeurige en uitvoerige wijze beschrijft hoe aan klager meermaals de kans wordt geboden om te gaan douchen. Klager treuzelt echter gedurende twintig minuten en blijft desondanks hierover te zijn aangemaand door opsteller, in gesprek te gaan met een andere gedetineerde op de gesloten vleugel.
Het huishoudelijk reglement van de gevangenis stelt nochtans dat “de gedetineerde die wenst deel te nemen aan activiteiten (sport, wandeling, bezoek, …) tijdig klaar is
voor de bewegingen.” Wanneer klager kordaat werd aangesproken over zijn gedrag, werd opsteller door klager verweten van bedreigend over te komen. Vervolgens is klager volgens het RAD neus aan neus gaan staan met opsteller.
De directeur nam kennis van het rapport en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd regelmatig opgeroepen voor de tuchtrechtelijke hoorzitting. Op
vraag van klager werd een pro deo-advocaat aangesteld om bijstand te leveren tijdens de hoorzitting. Op basis van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting, meent de klachtencommissie dat klager heeft toegegeven dat hij heeft getreuzeld en dat hij in die zin de bevelen van het personeel niet heeft opgevolgd. Klager was echter niet te spreken over de manier waarop de opsteller van het RAD hem aansprak hierover.
Gelet op de gedeeltelijke bekentenis van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en de duidelijke vaststellingen uit het RAD, besluit de klachtencommissie dat de directie de feiten in redelijkheid en billijkheid bewezen kon verklaren in hoofde van klager. De directeur kwalificeerde de feiten als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel, een inbreuk van tweede categorie. Voor een inbreuk van tweede categorie is de maximumsanctie vijftien dagen ATV zodat de tuchtsanctie van drie dagen ATV wettig is. Bovendien is de tuchtsanctie niet onredelijk of onbillijk gelet op de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager.
Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.