KC16/23-0080
Non fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES
De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.
In casu heeft een personeelslid een RAD opgemaakt om vaststellingen te melden die hij deed tijdens de bedeling van de kantinestickers. Opsteller vond twee bolletjes vermoedelijk verboden substantie in een brillendoos die klager vasthad. De rapporten aan de directeur vormen voor de directie een belangrijke basis als bewijs voor een
tuchtrechtelijke inbreuk. De directie mag in de motivering van haar beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgesteld RAD. Zij mag op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie er redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij er overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen.
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het RAD. De klachtencommissie meent dat de opsteller zijn vaststellingen nauwkeurig en gedetailleerd heeft weergegeven. De klachtencommissie is verder van oordeel dat de directie het dossier zorgvuldig heeft onderzocht door de verklaringen van klager en zijn celgenoten te vergelijken.
Op het moment dat opsteller de cel binnenkwam, was klager in het bezit van een verboden substantie aangezien hij de brillendoos vasthad waarin de twee bolletjes drugs waren gevonden. De vaststelling dat klager deze brillendoos probeerde te verbergen voor opsteller, is verdacht en doet vermoeden dat klager wist dat wat in de brillendoos zat, niet mocht gevonden worden. Dit vermoeden wordt bevestigd door de verklaringen die zijn celgenoot deed tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting.
Deze celgenoot gaf onmiddellijk toe dat de gevonden drugs (wiet) van hem waren maar hij verklaarde ook dat de brillendoos wel degelijk van klager was en dat hij aan klager heeft gevraagd om zijn wiet bij te houden, hetgeen klager heeft gedaan. Klager was bijgevolg op de hoogte dat hij in het bezit was van drugs. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk bewezen achtte.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijftien dagen ATV. Voor een inbreuk van eerste categorie is de maximale sanctie dertig dagen waardoor de sanctie wettig is. Gelet op zijn gelijkaardige tuchtrechtelijke voorgaanden is de sanctie bovendien niet onredelijk of onbillijk.
Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.
De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.
In casu heeft een personeelslid een RAD opgemaakt om vaststellingen te melden die hij deed tijdens de bedeling van de kantinestickers. Opsteller vond twee bolletjes vermoedelijk verboden substantie in een brillendoos die klager vasthad. De rapporten aan de directeur vormen voor de directie een belangrijke basis als bewijs voor een
tuchtrechtelijke inbreuk. De directie mag in de motivering van haar beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgesteld RAD. Zij mag op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie er redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij er overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen.
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het RAD. De klachtencommissie meent dat de opsteller zijn vaststellingen nauwkeurig en gedetailleerd heeft weergegeven. De klachtencommissie is verder van oordeel dat de directie het dossier zorgvuldig heeft onderzocht door de verklaringen van klager en zijn celgenoten te vergelijken.
Op het moment dat opsteller de cel binnenkwam, was klager in het bezit van een verboden substantie aangezien hij de brillendoos vasthad waarin de twee bolletjes drugs waren gevonden. De vaststelling dat klager deze brillendoos probeerde te verbergen voor opsteller, is verdacht en doet vermoeden dat klager wist dat wat in de brillendoos zat, niet mocht gevonden worden. Dit vermoeden wordt bevestigd door de verklaringen die zijn celgenoot deed tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting.
Deze celgenoot gaf onmiddellijk toe dat de gevonden drugs (wiet) van hem waren maar hij verklaarde ook dat de brillendoos wel degelijk van klager was en dat hij aan klager heeft gevraagd om zijn wiet bij te houden, hetgeen klager heeft gedaan. Klager was bijgevolg op de hoogte dat hij in het bezit was van drugs. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk bewezen achtte.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijftien dagen ATV. Voor een inbreuk van eerste categorie is de maximale sanctie dertig dagen waardoor de sanctie wettig is. Gelet op zijn gelijkaardige tuchtrechtelijke voorgaanden is de sanctie bovendien niet onredelijk of onbillijk.
Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.