KC16/23-0027
Non fondée
Fondée
Irrecevable
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Mesure provisoire
Disciplinaire
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT
Klager dient een klacht in tegen het RAD. Het opmaken van een RAD is een beslissing van een personeelslid, niet van de directeur. De klacht is onontvankelijk.
Klager diende een klacht in tegen het verblijf in een beveiligde cel gedurende een celcontrole. Ongeacht klager een halfuur (volgens de directie) of twee uur (volgens klager) moest wachten in de beveiligde cel, stelt de klachtencommissie vast dat de directie ter zitting heeft verklaard dat een ploegchef besliste om klager na de naaktfouille te laten wachten in de beveiligde cel. De directie stelt expliciet dat dit geen beslissing was van haar en dat dit verblijf niet kaderde in de later opgelegde
voorlopige maatregel. Bij gebreke aan een beslissing van de directeur zoals vereist door de Basiswet, is de klacht ontvankelijk en gegrond.
De directeur heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast wegens de vondst van een verboden substantie op de cel van klager. Klager moest in afwachting van de tuchtrechtelijke hoorzitting verblijven in zijn cel en werd uitgesloten van deelname aan alle activiteiten. De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt. De klachtencommissie erkent dat de vondst van drugs in een opendeurregime verschillende risico’s met zich meebrengt waarbij het gevaar voor escalatie groot is. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel wettig was. De klacht is ongegrond.
Klager dient een klacht in tegen de inbeslagname van verschillende voorwerpen tijdens de celcontrole. Tijdens zitting benadrukt hij uitdrukkelijk de inbeslagname van zijn stereo-installatie. Gelet op de vondst van een wettelijk verboden substantie, is de inbeslagname van de hasj vanzelfsprekend. Op basis van het huishoudelijk reglement is het bovendien verboden om voorgeschreven medicatie op te sparen. Medicatie die niet wordt ingenomen, moet meteen worden afgegeven aan het personeel. Daarnaast stelt het huishoudelijk regelement dat de (toegelaten) voorwerpen die worden afgewend van hun normaal gebruik (de onderbroeken), uit de cel verwijderd worden. Tot slot zijn de verkopen, ruilingen, leningen en schenkingen tussen gedetineerden verboden. De voorwerpen die zonder toelating van de directeur op deze manier verkregen zijn, worden tegen ontvangstbewijs in bewaring genomen.
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing van de directeur conform de bepalingen van het huishoudelijk reglement was. Bijgevolg is de klacht ongegrond.
Klager dient een klacht in tegen een tuchtsanctie die hij heeft gekregen als gevolg van het bezit van niet-toegelaten voorwerpen en substanties. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft klager het gebruik van hasj en het bezit van opgespaarde medicatie toegegeven. Hij verklaarde dat hij zijn onderbroeken manipuleerde toen hij nog vrij was. Over de nachtlamp, de PlayStation en de wierrook gaf hij toe dat hij deze gekregen had van een medegedetineerde. Omdat de stereo-installatie niet op de inventarislijst stond én omdat de veiligheidssticker toebehoorde aan een andere gedetineerde, heeft de directie het aankoopbewijs van klager voorgelegd aan de gevangenis van Gent. De gevangenis van Gent was formeel in haar antwoord aan de directie: klager kocht tijdens zijn verblijf in Gent geen stereo-installatie en het aankoopbewijs werd niet door hen afgeleverd. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat klager geen overtuigende tegenindicaties heeft aangebracht waarom de veiligheidssticker verwijst naar een andere gedetineerde. De klachtencommissie besluit dat de tuchtprocedure wettig is verlopen en dat de directie in
redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken. De passage over de wierrook in het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting waarvan klager meent dat deze niet klopt, doet hieraan geen afbreuk. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV voor een inbreuk
van eerste categorie, het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden substanties en tweede categorie, het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie in casu wettig is. Gelet op de grote hoeveelheid van niet-toegestane voorwerpen, is de tuchtsanctie bovendien niet onredelijk of onbillijk.
De klacht is ongegrond.
Klager dient een klacht in tegen het RAD. Het opmaken van een RAD is een beslissing van een personeelslid, niet van de directeur. De klacht is onontvankelijk.
Klager diende een klacht in tegen het verblijf in een beveiligde cel gedurende een celcontrole. Ongeacht klager een halfuur (volgens de directie) of twee uur (volgens klager) moest wachten in de beveiligde cel, stelt de klachtencommissie vast dat de directie ter zitting heeft verklaard dat een ploegchef besliste om klager na de naaktfouille te laten wachten in de beveiligde cel. De directie stelt expliciet dat dit geen beslissing was van haar en dat dit verblijf niet kaderde in de later opgelegde
voorlopige maatregel. Bij gebreke aan een beslissing van de directeur zoals vereist door de Basiswet, is de klacht ontvankelijk en gegrond.
De directeur heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast wegens de vondst van een verboden substantie op de cel van klager. Klager moest in afwachting van de tuchtrechtelijke hoorzitting verblijven in zijn cel en werd uitgesloten van deelname aan alle activiteiten. De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt. De klachtencommissie erkent dat de vondst van drugs in een opendeurregime verschillende risico’s met zich meebrengt waarbij het gevaar voor escalatie groot is. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel wettig was. De klacht is ongegrond.
Klager dient een klacht in tegen de inbeslagname van verschillende voorwerpen tijdens de celcontrole. Tijdens zitting benadrukt hij uitdrukkelijk de inbeslagname van zijn stereo-installatie. Gelet op de vondst van een wettelijk verboden substantie, is de inbeslagname van de hasj vanzelfsprekend. Op basis van het huishoudelijk reglement is het bovendien verboden om voorgeschreven medicatie op te sparen. Medicatie die niet wordt ingenomen, moet meteen worden afgegeven aan het personeel. Daarnaast stelt het huishoudelijk regelement dat de (toegelaten) voorwerpen die worden afgewend van hun normaal gebruik (de onderbroeken), uit de cel verwijderd worden. Tot slot zijn de verkopen, ruilingen, leningen en schenkingen tussen gedetineerden verboden. De voorwerpen die zonder toelating van de directeur op deze manier verkregen zijn, worden tegen ontvangstbewijs in bewaring genomen.
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing van de directeur conform de bepalingen van het huishoudelijk reglement was. Bijgevolg is de klacht ongegrond.
Klager dient een klacht in tegen een tuchtsanctie die hij heeft gekregen als gevolg van het bezit van niet-toegelaten voorwerpen en substanties. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft klager het gebruik van hasj en het bezit van opgespaarde medicatie toegegeven. Hij verklaarde dat hij zijn onderbroeken manipuleerde toen hij nog vrij was. Over de nachtlamp, de PlayStation en de wierrook gaf hij toe dat hij deze gekregen had van een medegedetineerde. Omdat de stereo-installatie niet op de inventarislijst stond én omdat de veiligheidssticker toebehoorde aan een andere gedetineerde, heeft de directie het aankoopbewijs van klager voorgelegd aan de gevangenis van Gent. De gevangenis van Gent was formeel in haar antwoord aan de directie: klager kocht tijdens zijn verblijf in Gent geen stereo-installatie en het aankoopbewijs werd niet door hen afgeleverd. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat klager geen overtuigende tegenindicaties heeft aangebracht waarom de veiligheidssticker verwijst naar een andere gedetineerde. De klachtencommissie besluit dat de tuchtprocedure wettig is verlopen en dat de directie in
redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken. De passage over de wierrook in het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting waarvan klager meent dat deze niet klopt, doet hieraan geen afbreuk. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV voor een inbreuk
van eerste categorie, het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden substanties en tweede categorie, het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie in casu wettig is. Gelet op de grote hoeveelheid van niet-toegestane voorwerpen, is de tuchtsanctie bovendien niet onredelijk of onbillijk.
De klacht is ongegrond.