Ga verder naar de inhoud

KC16/23-0008

Non fondée Irrecevable KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Mesure provisoire Mesure de sécurité particulière Disciplinaire Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - TERMIJN

De directeur heeft een naaktfouille bevolen. De directeur heeft de beslissing gemotiveerd als volgt: “Er werden door het personeel verdachte handelingen vastgesteld bij betrokkene die er op wezen dat hij iets probeerde weg te moffelen in zijn kledij op de sportkoer. Toen meerdere personeelsleden de sportkoer betraden om uit te zoeken wat er aan de hand was, wandelde hij verder en stak iets in zijn mond. Fouillering aan het lichaam is aangewezen.” De motivering van de beslissing bevat in de eerste plaats de individuele aanwijzingen waarom men vermoedt dat klager in het bezit is van een verboden substantie (iets wegmoffelen in zijn kledij). Bovendien wordt ook gemotiveerd waarom een oppervlakkig onderzoek aan kledij niet zou volstaan gezien klager iets in zijn mond had gestoken. De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot het opleggen van een onderzoek aan het lichaam voldoet aan de wettelijke voorwaarden bepaald in de Basiswet. De klacht is ongegrond.

Na de naaktfouille heeft de directie een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast omdat klager voorafgaand aan de naaktfouille had toegegeven dat hij iets ingeslikt had. Klager moest in afwachting van de tuchtrechtelijke hoorzitting verblijven in zijn cel en werd uitgesloten van deelname aan alle activiteiten. De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt. Er kon niet uitgesloten worden dat klager een verboden substantie had ingeslikt. De directie weet bovendien uit het verleden dat klager ernstige psychische neveneffecten kan ondervinden van druggebruik en hierbij zowel zijn eigen veiligheid als die van anderen in gedrang kan brengen. Klager heeft verschillende tuchtrechtelijke voorgaanden voor verboden substanties. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel wettig was. De klacht is ongegrond.

Volgens klager kloppen de vaststellingen uit de rapporten niet. De directie heeft daarentegen geen redenen om te twijfelen aan de vaststellingen van haar personeel. De klachtencommissie heeft kennis genomen van de twee rapporten die onafhankelijk van elkaar werden opgemaakt. Beide rapporten beschrijven op uitvoerige en gedetailleerde wijze dezelfde vaststellingen. De rapporten werden allebei ondertekend door getuigen. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat klager zowel op de tuchthoorzitting als op de zitting van de klachtencommissie geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties heeft aangebracht waarom de vaststellingen van het personeel niet correct zouden zijn. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken. De klacht is ongegrond.

Klager heeft zijn klacht over de BVM van 03.12.2022 ingediend op 03.01.2023. Een klacht moet uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de bestreden beslissing, worden ingediend. De termijn om een klacht in te dienen is dan ook overschreden. De klacht is onontvankelijk.