Ga verder naar de inhoud

KC16/22-0109

Non fondée Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Autre décision directeur Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - PUNTENSYSTEEM

Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgemaakt omdat tijdens een celcontrole een fles met vermoedelijk zelf gestookte alcoholhoudende drank werd gevonden. Klager gaf toe dat de fles van hem was. Tijdens de tuchthoorzitting verklaarde klager dat hij de fles van een medegedetineerde had gekregen en dat hij dacht dat het fruitsap was. De directie achtte de feiten echter bewezen en verklaarde klager schuldig aan de inbreuk van tweede categorie, nl. het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. De directie hechtte geen geloof aan de verklaring van klager omdat de vloeistof in een gebruikte waterfles zit en duidelijk zelf gebrouwen is. De fles moet bovendien om de zoveel tijd luchten door de gisting. De directie gaat ervan uit dat klager wist wat hij kreeg. Op de cel van de medegedetineerde waarvan klager de fles had gekregen, werd bovendien een grote hoeveelheid zelfgemaakte alcohol gevonden.

Als algemeen principe geldt dat de directie slechts een tuchtsanctie kan opleggen op grond van feiten die op rechtmatige wijze bewezen zijn. Zij kan geen tuchtstraf opleggen die is gebaseerd op onbestaande, onjuiste of niet nauwkeurig vastgestelde feiten. De klachtencommissie  ziet in dit dossier geen redenen  waarom  de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet  had  mogen  steunen op het RAD. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in voorliggend dossier redelijkerwijs tot de conclusie kon komen dat de inhoud van de fles alcohol betrof op basis van geurwaarneming en het gistingsproces. Er was dus geen bijkomend objectief onderzoek naar de inhoud van de fles vereist, zoals klager aanvoert. Aangezien klager aangeeft dat de fles aan hem toebehoort, konden de feiten hem aangerekend worden. De klachtencommissie besluit bijgevolg dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk. Bovendien brengt de klachtencommissie klager in herinnering dat het huishoudelijk reglement de verkopen, ruilingen, leningen, schenkingen en andere gelijkaardige handelingen tussen gedetineerden verbiedt. Alleen al het aannemen van de gebruikte waterfles was al een inbreuk op het huishoudelijk reglement. De klacht is ongegrond.

Klager kreeg naar aanleiding van de tuchtbeslissing 3 punten opgelegd. De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde zelf meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen een tuchtovertreding en punten. Zij is hierin duidelijk: wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten.  De klachtencommissie kan uit dit alles niet anders dan afleiden dat de directie met het opleggen van de punten aan klager een duidelijke intentie tot bestraffen had, buiten het wettelijke kader van de Basiswet om.  De klacht is gegrond.