Ga verder naar de inhoud

KC16/22-0049

Non fondée Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure provisoire Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - VOORLOPIGE MAATREGEL - PUNTEN

De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. Klager had tijdens de tuchtzitting zelf toegegeven dat de fles inderdaad werd gebruikt om drugs te consumeren. Hoewel klager ontkent zelf drugs te hebben gebruikt, werd de fles gevonden op het moment dat zijn celgenoot niet meer verbleef bij hem. Klager heeft de fles na de celmutatie niet weggesmeten of overhandigd aan het personeel. De gedetineerde is verantwoordelijk voor de voorwerpen die zich in zijn cel bevinden. Bovendien werd het materieel bewijselement ondersteund door de geurwaarneming die wees op een recent gebruik van de fles. De lastens klager weerhouden tenlastelegging werd dan ook terecht bewezen verklaard.  De klacht is ongegrond.

Naar aanleiding van de positieve celcontrole, werd een voorlopige maatregel opgelegd. De klachtencommissie stelt in de eerste plaats vast dat de directeur in de beslissing enkel het verplicht verblijf in de cel heeft aangekruist. Deze maatregel is enkel mogelijk in geval van ernstige of opzettelijke aantasting van de interne veiligheid of in het geval van collectieve acties. Op het moment dat de voorlopige maatregel werd bevolen, werden er geen drugs gevonden in de cel van klager, noch tijdens de naaktfouille en was klager niet onder invloed. Bovendien was er geen sprake van agressiviteit van de klager. Ter zitting stelde de directeur dat een voorlopige maatregel standaard wordt opgelegd ingeval van agressie of vermeend druggebruik. De Basiswet bepaalt evenwel de limitatieve omstandigheden waarin een voorlopige maatregel kan worden opgelegd. Bovendien moet de directeur iedere beslissing ook individueel motiveren. Aan voornoemde wettelijke voorwaarden werd niet voldaan bij het opleggen van de voorlopige maatregel. De klacht is gegrond.

Klager kreeg naar aanleiding van de tuchtbeslissing 5 punten opgelegd. De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde zelf meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen een tuchtovertreding en punten. Zij is hierin duidelijk: wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten.  De klachtencommissie kan uit dit alles niet anders dan afleiden dat de directie met het opleggen van de punten aan klager een duidelijke intentie tot bestraffen had, buiten het wettelijke kader van de Basiswet om.  
De klacht is gegrond.