KC16/22-0010
Non fondée
Fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Disciplinaire
TUCHT - PUNTENSYSTEEM
In de tuchtprocedure tegen een gedetineerde speelt een rapport aan de directeur (RAD) een belangrijke rol. Een directeur mag in de motivering van zijn beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk RAD en op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen. Er werd een RAD opgesteld wegens het uiten van bedreigingen en beledigingen ten aanzien van penitentiair beambten. Het RAD werd mee ondertekend door een tweede PBA als getuige. Het RAD beschrijft bovendien in duidelijke bewoordingen de beledigingen en bedreigingen van klager. De directie acht de tuchtinbreuk bewezen aangezien klager en zijn raadsman op de hoorzitting hebben toegegeven dat hij beledigingen heeft geuit. Gelet op het voorgaande ziet de klachtencommissie geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk. De klacht is ongegrond.
Klager kreeg naar aanleiding van de tuchtbeslissing 3 punten opgelegd. De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde zelf meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen een tuchtovertreding en punten. Zij is hierin duidelijk: wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten. De klachtencommissie kan uit dit alles niet anders dan afleiden dat de directie met het opleggen van de punten aan klager een duidelijke intentie tot bestraffen had, buiten het wettelijke kader van de Basiswet om. De klacht is gegrond.
In de tuchtprocedure tegen een gedetineerde speelt een rapport aan de directeur (RAD) een belangrijke rol. Een directeur mag in de motivering van zijn beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk RAD en op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen. Er werd een RAD opgesteld wegens het uiten van bedreigingen en beledigingen ten aanzien van penitentiair beambten. Het RAD werd mee ondertekend door een tweede PBA als getuige. Het RAD beschrijft bovendien in duidelijke bewoordingen de beledigingen en bedreigingen van klager. De directie acht de tuchtinbreuk bewezen aangezien klager en zijn raadsman op de hoorzitting hebben toegegeven dat hij beledigingen heeft geuit. Gelet op het voorgaande ziet de klachtencommissie geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk. De klacht is ongegrond.
Klager kreeg naar aanleiding van de tuchtbeslissing 3 punten opgelegd. De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde zelf meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen een tuchtovertreding en punten. Zij is hierin duidelijk: wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten. De klachtencommissie kan uit dit alles niet anders dan afleiden dat de directie met het opleggen van de punten aan klager een duidelijke intentie tot bestraffen had, buiten het wettelijke kader van de Basiswet om. De klacht is gegrond.