KC16/21-0125
Fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing waarbij aan klager 2 dagen ATV werd opgelegd voor het veroorzaken van lawaaihinder. In de tuchtprocedure tegen een gedetineerde speelt een RAD een belangrijke rol. Een gevangenisdirecteur mag in de motivering van zijn beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk RAD en op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen. Evenwel benadrukt de Raad van State ook dat de bewijswaarde van een rapport aan de directeur niet onbeperkt is, aangezien geen enkele wettelijke bepaling in een “geldigheid tot bewijs van het tegendeel” voorziet. De klachtencommissie stelt vast dat het voorliggende RAD vermeldt dat ze verschillende stemmen hoorden. Het RAD vermeldt dat klager op heterdaad betrapt werd met het veroorzaken van het lawaai maar klager stelt dat zijn deur niet werd geopend. Het RAD vermeldt dit ook niet. Volgens klager was hij rustig zijn boterham aan het smeren daar hij last had van zijn lage suikerwaarden. Het valt volgens de klachtencommissie niet uit te sluiten dat het iemand anders was die het lawaai veroorzaakte. Er wordt niet tegensgesproken door de directie dat de cel van klager niet werd geopend. De lage suikerwaarden werden bevestigd door de dokter.
De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing waarbij aan klager 2 dagen ATV werd opgelegd voor het veroorzaken van lawaaihinder. In de tuchtprocedure tegen een gedetineerde speelt een RAD een belangrijke rol. Een gevangenisdirecteur mag in de motivering van zijn beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk RAD en op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen. Evenwel benadrukt de Raad van State ook dat de bewijswaarde van een rapport aan de directeur niet onbeperkt is, aangezien geen enkele wettelijke bepaling in een “geldigheid tot bewijs van het tegendeel” voorziet. De klachtencommissie stelt vast dat het voorliggende RAD vermeldt dat ze verschillende stemmen hoorden. Het RAD vermeldt dat klager op heterdaad betrapt werd met het veroorzaken van het lawaai maar klager stelt dat zijn deur niet werd geopend. Het RAD vermeldt dit ook niet. Volgens klager was hij rustig zijn boterham aan het smeren daar hij last had van zijn lage suikerwaarden. Het valt volgens de klachtencommissie niet uit te sluiten dat het iemand anders was die het lawaai veroorzaakte. Er wordt niet tegensgesproken door de directie dat de cel van klager niet werd geopend. De lage suikerwaarden werden bevestigd door de dokter.
De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.