Ga verder naar de inhoud

KC16/21-0095

Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT- VERMOEDEN VAN ONSCHULD

Om de schuld van klager aan deze tuchtrechtelijke inbreuken te bewijzen, heeft de directeur zich enkel gebaseerd op een RAD en de verklaring van de andere gedetineerde. De Klachtencommissie kan in het rapport echter geen enkel element vinden waaruit blijkt dat klager de fysieke of psychische integriteit van zijn medegedetineerde zou hebben aangetast. De andere aanwezige gedetineerden werden ook niet als getuigen gehoord. Het tuchtdossier bevat geen enkel bewijs dat klager de psychische of fysieke integriteit van personen zou hebben aangetast, of daarmee gedreigd zou hebben. De tuchtbeslissing is dan ook in strijd met de Basiswet en het vermoeden van onschuld.
De klacht met betrekking tot de tucht is gegrond.