KC12/26-0038
Non fondée
Irrecevable
KC - Ieper
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - TERMIJN
De klacht gaat over twee tuchtbeslissingen van verschillende datum.
1. De eerste tuchtbeslissing
Het klachtenformulier werd niet gedateerd. De klachtencommissie kan afleiden tussen welke data de klacht werd opgesteld, met name tussen het einde van klager zijn verblijf in de strafcel en het ontvangst van de klacht door de klachtencommissie. Op de beslissing staat duidelijk vermeld dat klager tegen de beslissing klacht kon indienen bij de klachtencommissie binnen een termijn van zeven dagen. De betreffende tuchtbeslissing werd minstens negen dagen geleden ondertekend door klager. De klacht werd bijgevolg laattijdig ingediend. De klachtencommissie meent dat klager in zijn klacht ook geen redenen heeft vermeld om aan te nemen dat hij de klacht, rekening houdend met alle omstandigheden, zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden.
Deze klacht is niet-ontvankelijk.
2. De tweede tuchtbeslissing
Klager werd gesanctioneerd met acht dagen opsluiting in de strafcel wegens ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee'. De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur redelijkerwijze kon voortgaan op het rapport aan de directeur om de tuchtinbreuk als bewezen te beschouwen. Hoewel klager de situatie kadert, erkent hij dat de feiten zich hebben afgespeeld. Klager kreeg acht dagen strafcel, waarbij de tijd dat hij reeds in de beveiligde cel verbleef naar aanleiding van de voorlopige maatregel in mindering werd gebracht. De klachtencommissie stelt vast dat klager op het moment van de feiten een tuchtsanctie van vier weken ATV uitzat. Er was geen sprake van een onwettige verlenging van de afzondering of opsluiting. De sanctie is aldus wettig. De klachtencommissie meent dat de sanctie, gelet op de ernst van de inbreuk en het element van herhaling, niet onredelijk is.
De klacht is ongegrond.
De klacht gaat over twee tuchtbeslissingen van verschillende datum.
1. De eerste tuchtbeslissing
Het klachtenformulier werd niet gedateerd. De klachtencommissie kan afleiden tussen welke data de klacht werd opgesteld, met name tussen het einde van klager zijn verblijf in de strafcel en het ontvangst van de klacht door de klachtencommissie. Op de beslissing staat duidelijk vermeld dat klager tegen de beslissing klacht kon indienen bij de klachtencommissie binnen een termijn van zeven dagen. De betreffende tuchtbeslissing werd minstens negen dagen geleden ondertekend door klager. De klacht werd bijgevolg laattijdig ingediend. De klachtencommissie meent dat klager in zijn klacht ook geen redenen heeft vermeld om aan te nemen dat hij de klacht, rekening houdend met alle omstandigheden, zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden.
Deze klacht is niet-ontvankelijk.
2. De tweede tuchtbeslissing
Klager werd gesanctioneerd met acht dagen opsluiting in de strafcel wegens ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee'. De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur redelijkerwijze kon voortgaan op het rapport aan de directeur om de tuchtinbreuk als bewezen te beschouwen. Hoewel klager de situatie kadert, erkent hij dat de feiten zich hebben afgespeeld. Klager kreeg acht dagen strafcel, waarbij de tijd dat hij reeds in de beveiligde cel verbleef naar aanleiding van de voorlopige maatregel in mindering werd gebracht. De klachtencommissie stelt vast dat klager op het moment van de feiten een tuchtsanctie van vier weken ATV uitzat. Er was geen sprake van een onwettige verlenging van de afzondering of opsluiting. De sanctie is aldus wettig. De klachtencommissie meent dat de sanctie, gelet op de ernst van de inbreuk en het element van herhaling, niet onredelijk is.
De klacht is ongegrond.