TUCHT - SUBSIDIARITEIT - SANCTIE
Klager kreeg een tuchtsanctie opgelegd omdat hij zijn transfer weigerde. Klager zou ziek zijn geweest op het moment van de transfer. De klachtencommissie benadrukt het subsidiariteitsbeginsel in tuchtzaken (artikel 122 van de Basiswet), dat stelt dat het beroep op de tuchtprocedure beperkt moet blijven tot situaties waarin de handhaving van de orde en veiligheid van de inrichting dit gebiedend rechtvaardigen en er geen enkel ander middel kan worden gebruikt om dit te verzekeren. De klachtencommissie meent dat dit in dit dossier niet het geval is. Hoewel de directie stelt dat het gedrag van klager de orde en veiligheid in het gedrang brengt, verwijst zij hiermee in wezen voornamelijk naar de staat van overbevolking van de gevangenis en niet naar het concrete gedrag van klager. Uit het RAD blijkt dat klager op geen enkele manier agressief was of op enige manier de interne veiligheid in het gedrang bracht.
De klachtencommissie onderschrijft de geest van de Basiswet en meent dat in eerste instantie had kunnen volstaan met een gesprek met klager waarin de situatie aan hem wordt uitgelegd, zeker nu uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager geen Nederlands spreekt en het dus mogelijk is dat klager niet goed op de hoogte is van het systeem, noch van zijn beroepsmogelijkheden. De klachtencommissie meent dat eerst geprobeerd moet worden, met een tolk of met een vertaalapparaat, om aan anderstaligen het hoe en waarom van een maatregel uit te leggen. Vanuit dat oogpunt is een vrijheidsberoving (ATV) binnen een vrijheidsberoving (gevangenisstraf) te zwaar voor iemand die de taal niet verstaat en dus ook niet kan communiceren met personeel en medegevangenen. Een dergelijk gesprek zou ook hebben kunnen duidelijk maken of klager effectief een medisch probleem had. In dat geval, is het inderdaad niet onredelijk om de transfer te weigeren gelet op het lange traject.
De advocaat van klager stelt in de klacht dat de directie twee weken ATV heeft opgelegd als "standaard sanctie". De hoogte van de sanctie werd niet gemotiveerd in de tuchtbeslissing. De directie heeft de stelling van de advocaat hierover ook niet ontkend. De klachtencommissie meent dan ook dat de directie een sanctie heeft opgelegd met miskenning van artikel 143, §1 van de Basiswet.
De klacht is gegrond.
Klager kreeg een tuchtsanctie opgelegd omdat hij zijn transfer weigerde. Klager zou ziek zijn geweest op het moment van de transfer. De klachtencommissie benadrukt het subsidiariteitsbeginsel in tuchtzaken (artikel 122 van de Basiswet), dat stelt dat het beroep op de tuchtprocedure beperkt moet blijven tot situaties waarin de handhaving van de orde en veiligheid van de inrichting dit gebiedend rechtvaardigen en er geen enkel ander middel kan worden gebruikt om dit te verzekeren. De klachtencommissie meent dat dit in dit dossier niet het geval is. Hoewel de directie stelt dat het gedrag van klager de orde en veiligheid in het gedrang brengt, verwijst zij hiermee in wezen voornamelijk naar de staat van overbevolking van de gevangenis en niet naar het concrete gedrag van klager. Uit het RAD blijkt dat klager op geen enkele manier agressief was of op enige manier de interne veiligheid in het gedrang bracht.
De klachtencommissie onderschrijft de geest van de Basiswet en meent dat in eerste instantie had kunnen volstaan met een gesprek met klager waarin de situatie aan hem wordt uitgelegd, zeker nu uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager geen Nederlands spreekt en het dus mogelijk is dat klager niet goed op de hoogte is van het systeem, noch van zijn beroepsmogelijkheden. De klachtencommissie meent dat eerst geprobeerd moet worden, met een tolk of met een vertaalapparaat, om aan anderstaligen het hoe en waarom van een maatregel uit te leggen. Vanuit dat oogpunt is een vrijheidsberoving (ATV) binnen een vrijheidsberoving (gevangenisstraf) te zwaar voor iemand die de taal niet verstaat en dus ook niet kan communiceren met personeel en medegevangenen. Een dergelijk gesprek zou ook hebben kunnen duidelijk maken of klager effectief een medisch probleem had. In dat geval, is het inderdaad niet onredelijk om de transfer te weigeren gelet op het lange traject.
De advocaat van klager stelt in de klacht dat de directie twee weken ATV heeft opgelegd als "standaard sanctie". De hoogte van de sanctie werd niet gemotiveerd in de tuchtbeslissing. De directie heeft de stelling van de advocaat hierover ook niet ontkend. De klachtencommissie meent dan ook dat de directie een sanctie heeft opgelegd met miskenning van artikel 143, §1 van de Basiswet.
De klacht is gegrond.