TUCHT - ORDEMAATREGEL
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Ieper enerzijds en een ordemaatregel afzetting van werk anderzijds.
Over de tuchtbeslissing: de klachtencommissie oordeelt dat het tonen van geslachtsdelen meer is dan een loutere belediging, en daarom kan gekwalificeerd worden als tuchtinbreuk "de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee". Daarnaast weigerde klager om van cel te muteren. Hij ontkende deze feiten ook niet op de hoorzitting. Dit wordt gekwalificeerd als het "geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel". Ten derde oordeelt de klachtencommissie dat het feit dat klager een grote hoeveelheid sigaretten op cel had, waarvan de directie niet gelooft dat deze afkomstig zijn van wanneer klager gestopt was met roken, het vermoeden bevestigt dat klager deze ontvangen heeft via handelingen die ingaan tegen het huishoudelijk reglement. Om bovenstaande redenen is de klacht ongegrond.
Over de ordemaatregel: de klachtencommissie stelt vast dat de ordemaatregel louter gesteund is op de elementen uit het rapport aan de directeur, waarvoor klager tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd. De klachtencommissie meent dat de ordemaatregel strijdig is met het cumulverbod en vernietigd dient te worden. De klacht is bijgevolg gegrond.
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Ieper enerzijds en een ordemaatregel afzetting van werk anderzijds.
Over de tuchtbeslissing: de klachtencommissie oordeelt dat het tonen van geslachtsdelen meer is dan een loutere belediging, en daarom kan gekwalificeerd worden als tuchtinbreuk "de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee". Daarnaast weigerde klager om van cel te muteren. Hij ontkende deze feiten ook niet op de hoorzitting. Dit wordt gekwalificeerd als het "geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel". Ten derde oordeelt de klachtencommissie dat het feit dat klager een grote hoeveelheid sigaretten op cel had, waarvan de directie niet gelooft dat deze afkomstig zijn van wanneer klager gestopt was met roken, het vermoeden bevestigt dat klager deze ontvangen heeft via handelingen die ingaan tegen het huishoudelijk reglement. Om bovenstaande redenen is de klacht ongegrond.
Over de ordemaatregel: de klachtencommissie stelt vast dat de ordemaatregel louter gesteund is op de elementen uit het rapport aan de directeur, waarvoor klager tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd. De klachtencommissie meent dat de ordemaatregel strijdig is met het cumulverbod en vernietigd dient te worden. De klacht is bijgevolg gegrond.