KC12/24-0008
Fondée
Irrecevable
KC - Ieper
Commission des plaintes
Mesure de sécurité particulière
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR – BEVOEGDHEID – BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL
Klager heeft drie klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een beambte. Deze klacht is niet gericht tegen een beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van klager werd genomen, noch tegen een verzuim of weigering om een beslissing te nemen. De eerste klacht is niet ontvankelijk.
De tweede klacht gaat over het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel ten aanzien van klager. De klachtencommissie brengt vooreerst de relevante bepalingen over de verhouding tussen bijzondere veiligheidsmaatregelen en tuchtsancties in herinnering. Wat betreft de ten aanzien van klager opgelegde veiligheidsmaatregelen, wijst de klachtencommissie erop dat de directie klager duidelijk schuldig achtte aan een tuchtinbreuk. Zo wordt bijvoorbeeld in het verslag van het horen van klager als gevaar voor de orde of veiligheid een ‘gerichte bedreiging’ naar een personeelslid toe vermeld. Het is voor de klachtencommissie niet duidelijk waarom de directie, hoewel zij blijkbaar van oordeel was dat klager schuldig was aan een tuchtinbreuk, geen tuchtprocedure heeft gevoerd, maar wel onmiddellijk en zonder het doorlopen van een tuchtprocedure met alle daarmee gepaard gaande waarborgen, heeft beslist tot het opleggen van bijzondere veiligheidsmaatregelen ten aanzien van klager. De tweede klacht is ontvankelijk en gegrond.
De derde klacht gaat over de eerste verlenging van de ten aanzien van klager opgelegde bijzondere veiligheidsmaatregelen. De klachtencommissie wijst in dit kader op rechtspraak van de beroepscommissie, waaruit blijkt dat een onwettige bijzondere veiligheidsmaatregel niet op wettige wijze kan worden verlengd. De eerste verlenging van de bijzondere veiligheidsmaatregel is geënt op de initiële oplegging ervan. Uit de motivering van de beslissing tot eerste verlenging blijkt bovendien dat er geen enkel nieuw element bestond op het ogenblik dat klager werd gehoord. De motivering van de beslissing tot eerste verlenging is identiek als de initieel opgelegde bijzondere veiligheidsmaatregel. De derde klacht is ontvankelijk en gegrond.
Klager heeft drie klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een beambte. Deze klacht is niet gericht tegen een beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van klager werd genomen, noch tegen een verzuim of weigering om een beslissing te nemen. De eerste klacht is niet ontvankelijk.
De tweede klacht gaat over het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel ten aanzien van klager. De klachtencommissie brengt vooreerst de relevante bepalingen over de verhouding tussen bijzondere veiligheidsmaatregelen en tuchtsancties in herinnering. Wat betreft de ten aanzien van klager opgelegde veiligheidsmaatregelen, wijst de klachtencommissie erop dat de directie klager duidelijk schuldig achtte aan een tuchtinbreuk. Zo wordt bijvoorbeeld in het verslag van het horen van klager als gevaar voor de orde of veiligheid een ‘gerichte bedreiging’ naar een personeelslid toe vermeld. Het is voor de klachtencommissie niet duidelijk waarom de directie, hoewel zij blijkbaar van oordeel was dat klager schuldig was aan een tuchtinbreuk, geen tuchtprocedure heeft gevoerd, maar wel onmiddellijk en zonder het doorlopen van een tuchtprocedure met alle daarmee gepaard gaande waarborgen, heeft beslist tot het opleggen van bijzondere veiligheidsmaatregelen ten aanzien van klager. De tweede klacht is ontvankelijk en gegrond.
De derde klacht gaat over de eerste verlenging van de ten aanzien van klager opgelegde bijzondere veiligheidsmaatregelen. De klachtencommissie wijst in dit kader op rechtspraak van de beroepscommissie, waaruit blijkt dat een onwettige bijzondere veiligheidsmaatregel niet op wettige wijze kan worden verlengd. De eerste verlenging van de bijzondere veiligheidsmaatregel is geënt op de initiële oplegging ervan. Uit de motivering van de beslissing tot eerste verlenging blijkt bovendien dat er geen enkel nieuw element bestond op het ogenblik dat klager werd gehoord. De motivering van de beslissing tot eerste verlenging is identiek als de initieel opgelegde bijzondere veiligheidsmaatregel. De derde klacht is ontvankelijk en gegrond.