KC12/22-0002
Non fondée
KC - Ieper
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN
De aangevochten beslissingen zijn in deze zaak 1) een beslissing van de directeur waarbij klager bij wijze van voorlopige maatregel op een beveiligde cel werd geplaatst en 2) een tuchtbeslissing waarbij aan klager een sanctie van drie dagen afzondering in de hem toegewezen verblijfsruimte (“ATV”) werd opgelegd.
Op basis van deze twee RAD werd klager in de beveiligde cel geplaatst. De Klachtencommissie acht deze beslissing niet onwettig. De directeur kan in afwachting van een tuchtprocedure, in geval van ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid of indien door het aanzetten of voeren van collectieve acties de veiligheid in de gevangenis ernstig in gevaar wordt gebracht, voorlopige maatregelen nemen en daartoe tot op het ogenblik waarop de beslissing tot tuchtsanctie mondeling aan de gedetineerde is meegedeeld, de bijzondere veiligheidsmaatregel van afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte
opleggen. De vondst van niet-toegelaten voorwerpen, in combinatie met het verstoren van de orde op de sectie, kan ook volgens de Klachtencommissie als een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid beschouwd worden. De Klachtencommissie ziet geen enkele reden om aan te nemen dat de directie heeft tekortgeschoten in haar wettelijke verplichting om de gedetineerde tijdens zijn verblijf in de beveiligde cel adequaat op te volgen.
Klager werd uiteindelijk niet gesanctioneerd voor het bezit van de USB-sticks, omdat niet kon worden aangetoond dat deze aan hem toebehoorden. Hij werd enkel schuldig bevonden aan het verstoren van de orde. Het bewijs voor deze tuchtinbreuk staat vast en wordt door de gedetineerde niet ontkend. De tuchtbeslissing is naar het oordeel van de Klachtencommissie op een objectieve, weloverwogen en redelijke wijze tot stand gekomen.
De klacht is ongegrond.
De aangevochten beslissingen zijn in deze zaak 1) een beslissing van de directeur waarbij klager bij wijze van voorlopige maatregel op een beveiligde cel werd geplaatst en 2) een tuchtbeslissing waarbij aan klager een sanctie van drie dagen afzondering in de hem toegewezen verblijfsruimte (“ATV”) werd opgelegd.
Op basis van deze twee RAD werd klager in de beveiligde cel geplaatst. De Klachtencommissie acht deze beslissing niet onwettig. De directeur kan in afwachting van een tuchtprocedure, in geval van ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid of indien door het aanzetten of voeren van collectieve acties de veiligheid in de gevangenis ernstig in gevaar wordt gebracht, voorlopige maatregelen nemen en daartoe tot op het ogenblik waarop de beslissing tot tuchtsanctie mondeling aan de gedetineerde is meegedeeld, de bijzondere veiligheidsmaatregel van afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte
opleggen. De vondst van niet-toegelaten voorwerpen, in combinatie met het verstoren van de orde op de sectie, kan ook volgens de Klachtencommissie als een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid beschouwd worden. De Klachtencommissie ziet geen enkele reden om aan te nemen dat de directie heeft tekortgeschoten in haar wettelijke verplichting om de gedetineerde tijdens zijn verblijf in de beveiligde cel adequaat op te volgen.
Klager werd uiteindelijk niet gesanctioneerd voor het bezit van de USB-sticks, omdat niet kon worden aangetoond dat deze aan hem toebehoorden. Hij werd enkel schuldig bevonden aan het verstoren van de orde. Het bewijs voor deze tuchtinbreuk staat vast en wordt door de gedetineerde niet ontkend. De tuchtbeslissing is naar het oordeel van de Klachtencommissie op een objectieve, weloverwogen en redelijke wijze tot stand gekomen.
De klacht is ongegrond.