TUCHT - BEWIJS
De klacht is gericht tegen de tuchtsanctie van zeven dagen ATV ten aanzien van klager. In een RAD werd vastgesteld dat klager iets in zijn mond stak tijdens het bezoek. Tijdens de navolgende fouillering slikte klager iets door. De klachtencommissie stelt dat een RAD voor de directeur principieel en bij ontstentenis van tegenindicaties een deugdelijke grondslag vormt om het bestaan en de ernst van de feiten te beoordelen. Klager kreeg de mogelijkheid om over de feiten gehoord te worden tijdens een tuchtrechtelijke hoorzitting en hij werd daarbij bijgestaan door zijn raadsman. Tijdens deze tuchtrechtelijke zitting ontkende klager de feiten formeel. Zowel klager als zijn raadsman brachten echter geen elementen aan waarom er getwijfeld zou kunnen worden aan de inhoud van het RAD. De directeur kon dan ook redelijkerwijze voortgaan op het RAD en gaf hier naar het oordeel van de klachtencommissie een passend gevolg aan. De beslissing staat in verhouding met de feiten. De klachtencommissie wenst wel op te merken dat, indien de directeur een sanctie oplegt omwille van "het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen", het wenselijk is om ook de specifieke bepaling die geschonden wordt te vermelden in de tuchtbeslissing. De klacht is ontvankelijk, maar ongegrond.
De klacht is gericht tegen de tuchtsanctie van zeven dagen ATV ten aanzien van klager. In een RAD werd vastgesteld dat klager iets in zijn mond stak tijdens het bezoek. Tijdens de navolgende fouillering slikte klager iets door. De klachtencommissie stelt dat een RAD voor de directeur principieel en bij ontstentenis van tegenindicaties een deugdelijke grondslag vormt om het bestaan en de ernst van de feiten te beoordelen. Klager kreeg de mogelijkheid om over de feiten gehoord te worden tijdens een tuchtrechtelijke hoorzitting en hij werd daarbij bijgestaan door zijn raadsman. Tijdens deze tuchtrechtelijke zitting ontkende klager de feiten formeel. Zowel klager als zijn raadsman brachten echter geen elementen aan waarom er getwijfeld zou kunnen worden aan de inhoud van het RAD. De directeur kon dan ook redelijkerwijze voortgaan op het RAD en gaf hier naar het oordeel van de klachtencommissie een passend gevolg aan. De beslissing staat in verhouding met de feiten. De klachtencommissie wenst wel op te merken dat, indien de directeur een sanctie oplegt omwille van "het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen", het wenselijk is om ook de specifieke bepaling die geschonden wordt te vermelden in de tuchtbeslissing. De klacht is ontvankelijk, maar ongegrond.