Ga verder naar de inhoud

KC10/26-0117

Non fondée Fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Mesure d'ordre Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING - ORDEMAATREGEL - BEZOEK - VERBODEN SUBSTANTIES

Uit de individuele beslissing tot fouillering op het lichaam blijkt dat de directie op 17.06.2026 om 15u30 de opdracht heeft gegeven om klager te onderwerpen aan een naaktfouille. De klachtencommissie stelt in eerste instantie vast dat de naam van een andere gedetineerde ingevuld werd in de beslissing waarna deze naam werd doorstreept en de naam van klager naderhand werd bijgeschreven. De klachtencommissie meent dat de vaststellingen in het RAD, namelijk het vroegtijdig beëindigen van het ongestoord bezoek, de weedgeur afkomstig uit het bezoeklokaal en het verwarde gedrag van klager en zijn vriendin, individuele aanwijzingen waren om te vermoeden dat klager in het bezit was van verboden substanties waardoor een naaktfouille in die gegeven omstandigheden gerechtvaardigd was. De klachtencommissie meent echter uit de bestreden beslissing af te leiden dat de vaststellingen in het RAD niet de aanleiding waren voor de directie om de naaktfouille te bevelen aangezien het bevel van de directie reeds om 15u30 was gegeven, dus daterend voor de feiten, en de motivering van de naaktfouille niet verwijst naar de vaststellingen in het RAD. Bijgevolg is de naaktfouille opgelegd voorafgaand aan het ongestoord bezoek zonder dat het gedrag van klager hiervoor een aanleiding was. De klachtencommissie besluit dat de naaktfouille preventief werd opgelegd door de directie enkel en alleen omdat klager die dag ongestoord bezoek ging hebben en dat de naaktfouille niet werd verantwoord door het actuele gedrag van klager. Om deze redenen besluit de klachtencommissie dat de opdracht tot het uitvoeren van een naaktfouille niet voldeed aan de bepalingen uit de Basiswet. De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de naaktfouille.

De directie nam op 18.06.2026 kennis van het RAD van 17.06.2026 en besliste vervolgens op 18.06.2026 om het ongestoord bezoek tussen klager en zijn vriendin gedurende twee maanden niet toe te laten. In de schriftelijke ordemaatregel verwijst de directie naar de vaststellingen in het RAD van 17.06.2026. Op basis van deze vaststellingen besluit de directie dat klager en zijn vriendin onder invloed waren na afloop van het ongestoord bezoek. De klachtencommissie meent dat dit een correct oordeel is van de directie. Hierdoor hebben klager en zijn vriendin niet- toegelaten voorwerpen binnengebracht in de gevangenis, hebben zij de bezoekregeling niet nageleefd en bestaat het risico dat dit in de toekomst opnieuw zal gebeuren hetgeen niet alleen verboden is maar ook gevaarlijk kan zijn voor beiden. Uit het tuchtregister van klager blijkt overigens dat op 18.02.2026 hetzelfde is gebeurd en er toen ook een ordemaatregel werd opgelegd. Klager blijkt dus hardleers. De klachtencommissie besluit dat de directie de bestreden beslissing conform de regelgeving nam. De beslissing is ook niet onredelijk of onbillijk omdat het gewoon bezoek wel nog steeds is toegelaten. De ordemaatregel is beperkt tot het ongestoord bezoek. Om deze redenen is de klacht ongegrond. De ordemaatregel blijft bestaan.