KC10/26-0064
Non fondée
Fondée
Compensation
KC - Hasselt
Commission des plaintes
Disciplinaire
Mesure d'ordre
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - TUCHT - ORDEMAATREGEL - BEZOEK
De klachtencommissie nam kennis van de dossierstukken. Daaruit blijkt dat op 19.04.2026 een rapport aan de directeur (RAD) werd opgesteld omdat bij afloop van het ongestoord bezoek tussen klager en zijn vriendin een sterke wietgeur werd waargenomen door de opsteller van het RAD tijdens de controle van de bezoekkamer. Klager was op dat moment echter al vertrokken naar zijn sectie waardoor de opsteller contact opnam met de PA. Vervolgens werd er een naaktfouille bevolen door de directie. Uit een tweede RAD van 19.04.2026 blijkt dat klager tijdens de fouille twee pakketjes uit zijn onderbroek haalde. De pakketjes zouden een gele kneedbare substantie bevatten en gewikkeld zijn in een plasticfolie. De substantie had een intense wietgeur. Naar aanleiding van deze feiten werd klager op 21.04.2026 nogmaals onderworpen aan een naaktfouille. Gelet op de vondst van verboden substanties na het ongestoord bezoek van 19.04.2026 en de omstandigheid dat klager op 21.04.2026 alweer ongestoord bezoek had, meent de klachtencommissie dat dit concrete individuele aanwijzingen waren voor een vermoeden dat klager tijdens het ongestoord bezoek van 21.04.2026 opnieuw in het bezit zou komen van verboden substanties. Bovendien creëert het ongestoord bezoek de mogelijkheid om verboden voorwerpen of substanties te verstoppen op plaatsen op het lichaam die niet toegankelijk zijn tijdens een oppervlakkig onderzoek aan de kledij. De klachtencommissie meent dat de naaktfouille van 21.04.2026 wettig was. Om deze reden is de klacht ongegrond.
Op 23.04.2026 blijkt klager nogmaals onderworpen te zijn geweest aan een naaktfouille. De klachtencommissie leest in de motivering geen concrete individuele aanwijzingen waarom de directie het vermoeden had dat klager op 23.04.2026 in het bezit zou zijn van gevaarlijke of verboden voorwerpen of substanties. Er wordt enkel de vondst van wiet op 19.04.2026 aangehaald. De klachtencommissie besluit dat de naaktfouille niet werd opgelegd conform de Basiswet. Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie kent een tegemoetkoming toe van één extra ongestoord bezoek.
Naar aanleiding van de twee RAD’s van 19.04.2026 besliste de directeur om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd op 24.04.2026 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. De klachtencommissie erkent dat de gevonden substantie in het tuchtdossier verschillende benamingen krijgt (wiet, hasj, cannabisolie, gele kneedbare substantie). De klachtencommissie stelt echter vast dat klager in één van zijn klachten zelf stelt dat hij zijn tucht aanvaardt en dat hij tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft erkend dat hij een stomme fout heeft gemaakt omdat hij wist dat het niet koosjer was. Tot slot was de gevonden substantie verpakt in plasticfolie en rook die intens naar wiet. De klachtencommissie besluit dan ook dat de directie klager terecht heeft gesanctioneerd voor het bezit van wettelijk verboden substanties. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijftien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie niet onredelijk of onbillijk was. Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
Naast de tuchtbeslissing van 24.04.2026 kreeg klager ook een ordemaatregel opgelegd. In de schriftelijke ordemaatregel worden de vaststellingen uit de twee RAD’s van 19.04.2026 overgenomen. De directie is van oordeel dat klager in het bezit is gekomen van de verboden substantie doordat zijn bezoekster dit heeft binnengebracht via het ongestoord bezoek. Teneinde te voorkomen dat klager in de toekomst via het bezoek met zijn vriendin opnieuw in het bezit komt van drugs, heeft de directie beslist om het bezoek tussen klager en zijn vriendin voor twee maanden te beperken tot glasbezoek. Op grond van de vaststellingen in het tuchtdossier besluit de klachtencommissie dat er redenen bestaan om aan te nemen dat de inbreuken op de bezoekregeling zich kunnen herhalen. De verklaring van klager volgens dewelke zijn partner niets met de drugssmokkel te maken zou hebben, acht de klachtencommissie ongeloofwaardig. Gelet op de wietgeur waargenomen in de kamer waar klager en zijn vriendin net ongestoord bezoek hebben gehad én de wietgeur van de pakketjes die in zijn onderbroek zaten na terugkomst van het ongestoord bezoek, besluit de klachtencommissie dat de ordemaatregel werd opgelegd conform de voorwaarden uit de Basiswet en Collectieve Brief nr. 107. De ordemaatregel is wettig. Bovendien meent de klachtencommissie dat de ordemaatregel met inbegrip van de duurtijd, niet onredelijk of onbillijk is. De ordemaatregel is een effectieve manier om smokkel via bezoek te verhinderen maar laat anderzijds wel toe dat klager nog steeds zijn partner kan zien, weliswaar achter glas. Om deze redenen is de klacht ongegrond. De ordemaatregel blijft bestaan.
De klachtencommissie nam kennis van de dossierstukken. Daaruit blijkt dat op 19.04.2026 een rapport aan de directeur (RAD) werd opgesteld omdat bij afloop van het ongestoord bezoek tussen klager en zijn vriendin een sterke wietgeur werd waargenomen door de opsteller van het RAD tijdens de controle van de bezoekkamer. Klager was op dat moment echter al vertrokken naar zijn sectie waardoor de opsteller contact opnam met de PA. Vervolgens werd er een naaktfouille bevolen door de directie. Uit een tweede RAD van 19.04.2026 blijkt dat klager tijdens de fouille twee pakketjes uit zijn onderbroek haalde. De pakketjes zouden een gele kneedbare substantie bevatten en gewikkeld zijn in een plasticfolie. De substantie had een intense wietgeur. Naar aanleiding van deze feiten werd klager op 21.04.2026 nogmaals onderworpen aan een naaktfouille. Gelet op de vondst van verboden substanties na het ongestoord bezoek van 19.04.2026 en de omstandigheid dat klager op 21.04.2026 alweer ongestoord bezoek had, meent de klachtencommissie dat dit concrete individuele aanwijzingen waren voor een vermoeden dat klager tijdens het ongestoord bezoek van 21.04.2026 opnieuw in het bezit zou komen van verboden substanties. Bovendien creëert het ongestoord bezoek de mogelijkheid om verboden voorwerpen of substanties te verstoppen op plaatsen op het lichaam die niet toegankelijk zijn tijdens een oppervlakkig onderzoek aan de kledij. De klachtencommissie meent dat de naaktfouille van 21.04.2026 wettig was. Om deze reden is de klacht ongegrond.
Op 23.04.2026 blijkt klager nogmaals onderworpen te zijn geweest aan een naaktfouille. De klachtencommissie leest in de motivering geen concrete individuele aanwijzingen waarom de directie het vermoeden had dat klager op 23.04.2026 in het bezit zou zijn van gevaarlijke of verboden voorwerpen of substanties. Er wordt enkel de vondst van wiet op 19.04.2026 aangehaald. De klachtencommissie besluit dat de naaktfouille niet werd opgelegd conform de Basiswet. Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie kent een tegemoetkoming toe van één extra ongestoord bezoek.
Naar aanleiding van de twee RAD’s van 19.04.2026 besliste de directeur om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd op 24.04.2026 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. De klachtencommissie erkent dat de gevonden substantie in het tuchtdossier verschillende benamingen krijgt (wiet, hasj, cannabisolie, gele kneedbare substantie). De klachtencommissie stelt echter vast dat klager in één van zijn klachten zelf stelt dat hij zijn tucht aanvaardt en dat hij tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft erkend dat hij een stomme fout heeft gemaakt omdat hij wist dat het niet koosjer was. Tot slot was de gevonden substantie verpakt in plasticfolie en rook die intens naar wiet. De klachtencommissie besluit dan ook dat de directie klager terecht heeft gesanctioneerd voor het bezit van wettelijk verboden substanties. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijftien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie niet onredelijk of onbillijk was. Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
Naast de tuchtbeslissing van 24.04.2026 kreeg klager ook een ordemaatregel opgelegd. In de schriftelijke ordemaatregel worden de vaststellingen uit de twee RAD’s van 19.04.2026 overgenomen. De directie is van oordeel dat klager in het bezit is gekomen van de verboden substantie doordat zijn bezoekster dit heeft binnengebracht via het ongestoord bezoek. Teneinde te voorkomen dat klager in de toekomst via het bezoek met zijn vriendin opnieuw in het bezit komt van drugs, heeft de directie beslist om het bezoek tussen klager en zijn vriendin voor twee maanden te beperken tot glasbezoek. Op grond van de vaststellingen in het tuchtdossier besluit de klachtencommissie dat er redenen bestaan om aan te nemen dat de inbreuken op de bezoekregeling zich kunnen herhalen. De verklaring van klager volgens dewelke zijn partner niets met de drugssmokkel te maken zou hebben, acht de klachtencommissie ongeloofwaardig. Gelet op de wietgeur waargenomen in de kamer waar klager en zijn vriendin net ongestoord bezoek hebben gehad én de wietgeur van de pakketjes die in zijn onderbroek zaten na terugkomst van het ongestoord bezoek, besluit de klachtencommissie dat de ordemaatregel werd opgelegd conform de voorwaarden uit de Basiswet en Collectieve Brief nr. 107. De ordemaatregel is wettig. Bovendien meent de klachtencommissie dat de ordemaatregel met inbegrip van de duurtijd, niet onredelijk of onbillijk is. De ordemaatregel is een effectieve manier om smokkel via bezoek te verhinderen maar laat anderzijds wel toe dat klager nog steeds zijn partner kan zien, weliswaar achter glas. Om deze redenen is de klacht ongegrond. De ordemaatregel blijft bestaan.