KC10/26-0062
Irrecevable
KC - Hasselt
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Mesure d'ordre
VOORLOPIGE MAATREGEL - ORDEMAATREGEL - TERMIJN
De klacht gaat over een voorlopige maatregel van 29/03/2026 en een ordemaatregel van 28/03/2026 van de directie van de gevangenis van Hasselt.
Over de voorlopige maatregel: klager geeft aan op 20/04/2026 een klacht in te dienen tegen een voorlopige maatregel van 29/03/2026. Een klacht tegen een voorlopige maatregel valt in principe onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. Uit het dossier blijkt niet dat er op 29/03/2026 een voorlopige maatregel t.a.v. klager genomen werd. De klacht is om deze redenen niet-ontvankelijk.
Over de ordemaatregel: klager heeft een klacht ingediend op 20/04/2026 tegen de beslissing van 28/03/2026. Op basis van de schriftelijke beslissing over het glasbezoek stelt de klachtencommissie vast dat de directeur deze beslissing nam op 28/03/2026 en dat klager deze beslissing ook voor kennisname heeft ondertekend op 28/03/2026. Op de beslissing staat duidelijk vermeld dat klager tegen de beslissing klacht kon indienen bij de klachtencommissie binnen een termijn van zeven dagen. De klacht werd bijgevolg laattijdig ingediend.
De klachtencommissie meent dat klager in zijn klacht ook geen redenen heeft vermeld om aan te nemen dat hij zijn klacht, rekening houdend met alle omstandigheden, zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden. Deze klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
De klacht gaat over een voorlopige maatregel van 29/03/2026 en een ordemaatregel van 28/03/2026 van de directie van de gevangenis van Hasselt.
Over de voorlopige maatregel: klager geeft aan op 20/04/2026 een klacht in te dienen tegen een voorlopige maatregel van 29/03/2026. Een klacht tegen een voorlopige maatregel valt in principe onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. Uit het dossier blijkt niet dat er op 29/03/2026 een voorlopige maatregel t.a.v. klager genomen werd. De klacht is om deze redenen niet-ontvankelijk.
Over de ordemaatregel: klager heeft een klacht ingediend op 20/04/2026 tegen de beslissing van 28/03/2026. Op basis van de schriftelijke beslissing over het glasbezoek stelt de klachtencommissie vast dat de directeur deze beslissing nam op 28/03/2026 en dat klager deze beslissing ook voor kennisname heeft ondertekend op 28/03/2026. Op de beslissing staat duidelijk vermeld dat klager tegen de beslissing klacht kon indienen bij de klachtencommissie binnen een termijn van zeven dagen. De klacht werd bijgevolg laattijdig ingediend.
De klachtencommissie meent dat klager in zijn klacht ook geen redenen heeft vermeld om aan te nemen dat hij zijn klacht, rekening houdend met alle omstandigheden, zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden. Deze klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.