Ga verder naar de inhoud

KC10/26-0006

Non fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING - SANCTIE - TERMIJN

De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Klager beweert dat de beambte zei dat hij niet naar zijn bezoek mocht gaan als hij zijn bed niet zou verplaatsen. Klager zou hierop kwaad zijn geworden. Hij stelt een kwartier later gelost te zijn voor het bezoek. Hij erkent gezegd te hebben “Ofwel gaan we elkaar negeren ofwel gaan we elkaar het leven moeilijk maken”. Hij betwist de beambte bedreigd te hebben door neus tegen neus te gaan staan. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen overtuigende elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.

De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 2° Basiswet) en de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie meent dat de uitspraak van klager inderdaad als een opzettelijke aantasting van de psychische integriteit kan gekwalificeerd worden. Daarnaast meent de klachtencommissie dat het onmiddellijk en op dreigende manier in discussie treden met een beambte die louter haar taak uitoefent niet verzoenbaar is met een menswaardig samenlevingsklimaat. De klachtencommissie acht de kwalificaties dan ook correct en afdoende gemotiveerd.

Klager pleegde twee inbreuken van de eerste categorie en kreeg 20 dagen ATV. De klachtencommissie oordeelt dat de sanctie wettelijk en redelijk is.

De klacht is ongegrond.