TUCHT
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager tegenover de directie verklaard heeft dat hij de douche aan het poetsen was toen hij een beambte tegen een medegedetineerde hoorde zeggen dat iedereen op de gang haar mag. Hierop had klager gereageerd “ik mag jou niet”. Klager meent dat iedereen hem arrogant vindt. Hij had ook tegen de beambte gezegd dat hij dat gesprek niet met haar was aangegaan als hij buiten zou zijn. Klager ontkent dat hij zijn stem heeft verheven. De klachtencommissie stelt vast dat klager zelf heeft toegegeven dat hij aan de beambte heeft gezegd dat hij haar niet moet en in de buitenwereld niet met haar zou spreken. De klachtencommissie meent dat klager recht heeft op zijn mening maar zij is ook van oordeel dat het uiten van deze mening niet anders kan geïnterpreteerd worden dan beledigend. De uitspraken van klager dragen niet bij tot het tot stand houden van een menswaardig samenlevingsklimaat in de gevangenis. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon toerekenen aan klager. De directeur legde een voorwaardelijke algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het voorwaardelijke karakter ervan. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager tegenover de directie verklaard heeft dat hij de douche aan het poetsen was toen hij een beambte tegen een medegedetineerde hoorde zeggen dat iedereen op de gang haar mag. Hierop had klager gereageerd “ik mag jou niet”. Klager meent dat iedereen hem arrogant vindt. Hij had ook tegen de beambte gezegd dat hij dat gesprek niet met haar was aangegaan als hij buiten zou zijn. Klager ontkent dat hij zijn stem heeft verheven. De klachtencommissie stelt vast dat klager zelf heeft toegegeven dat hij aan de beambte heeft gezegd dat hij haar niet moet en in de buitenwereld niet met haar zou spreken. De klachtencommissie meent dat klager recht heeft op zijn mening maar zij is ook van oordeel dat het uiten van deze mening niet anders kan geïnterpreteerd worden dan beledigend. De uitspraken van klager dragen niet bij tot het tot stand houden van een menswaardig samenlevingsklimaat in de gevangenis. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon toerekenen aan klager. De directeur legde een voorwaardelijke algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het voorwaardelijke karakter ervan. Om deze redenen is de klacht ongegrond.