KC10/25-0201
Irrecevable
KC - Hasselt
Commission des plaintes
Transfèrement
Pas de décision du directeur
Mesure d'ordre
TERMIJN - BEVOEGDHEID
Klager heeft een klacht ingediend tegen de beslissing van de directie om de sanctie met betrekking tot het bezoek van haar partner, opgelegd door de directie van de gevangenis van Antwerpen, op haar vraag om te zetten naar glasbezoek. Uit de klacht van klager blijkt dat zij deze versoepeling op 21/11/2025 kreeg na een gesprek met de directie. Een klacht moet uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de bestreden beslissing, worden ingediend. Klager diende pas op 10/12/2025 hierover een eerste klacht in. De klacht werd bijgevolg laattijdig ingediend. De klachtencommissie meent dat klager in zijn klacht ook geen redenen heeft vermeld om aan te nemen dat zij de klacht zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Deze klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.
Klager dient klacht in omdat zij niet naar een woning mocht gaan kijken. De regeling inzake strafuitvoeringsmodaliteiten, waaronder uitgaansvergunningen, is daarentegen te vinden in de Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf. De klacht van klager valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie waardoor de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.
Een klacht die handelt over een bezwaar of beroep inzake een overplaatsing betreft geen beslissing van de directeur in de zin van artikel 148 van de Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager heeft een klacht ingediend tegen de beslissing van de directie om de sanctie met betrekking tot het bezoek van haar partner, opgelegd door de directie van de gevangenis van Antwerpen, op haar vraag om te zetten naar glasbezoek. Uit de klacht van klager blijkt dat zij deze versoepeling op 21/11/2025 kreeg na een gesprek met de directie. Een klacht moet uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de bestreden beslissing, worden ingediend. Klager diende pas op 10/12/2025 hierover een eerste klacht in. De klacht werd bijgevolg laattijdig ingediend. De klachtencommissie meent dat klager in zijn klacht ook geen redenen heeft vermeld om aan te nemen dat zij de klacht zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Deze klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.
Klager dient klacht in omdat zij niet naar een woning mocht gaan kijken. De regeling inzake strafuitvoeringsmodaliteiten, waaronder uitgaansvergunningen, is daarentegen te vinden in de Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf. De klacht van klager valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie waardoor de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.
Een klacht die handelt over een bezwaar of beroep inzake een overplaatsing betreft geen beslissing van de directeur in de zin van artikel 148 van de Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.