KC10/25-0151
Non fondée
Fondée
KC - Hasselt
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT
De klachten gaan over een voorlopige maatregel en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Hasselt.
Over de voorlopige maatregel: de directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast. De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding.
Uit de motivering van de voorlopige maatregel blijkt dat klaagster onder invloed op de wandeling was. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was, gelet op de noodzaak op de fysieke integriteit van klaagster in de gevangenis te vrijwaren. Gelet op de feiten was de plaatsing van klager in een verplicht verblijf op een beveiligde cel ook niet onredelijk of onbillijk. De beslissing tot voorlopige maatregel werd voldoende gemotiveerd. De voorlopige maatregel werd niet genomen met het oog op de onmiddellijke bestraffing. De klacht is bijgevolg niet gegrond.
Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie van 14 dagen ATV voor de volgende inbreuken opgelegd: 1) de opzettelijke aantasting van de orde en 2) het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen.
De klachtencommissie meent dat de directie onvoldoende motiveert waarom zij oordeelt dat het gedrag van klaagster de opzettelijke aantasting van de orde en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen zou uitmaken. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting en het rapport aan de directeur blijkt echter wel dat klaagster verboden substanties heeft gebruikt. Een correcte kwalificatie van de feiten was derhalve geweest ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 14 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie 30 dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het tuchtrechtelijk verleden van klager. Er werd tevens correct rekening gehouden met de voorlopige maatregel.
De klacht is dan ook gegrond. De klachtencommissie herkwalificeert de feiten naar het ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’. De klachtencommissie zegt dat de gevolgen van de gedeeltelijk vernietigde beslissing in overeenstemming worden gebracht met de uitspraak, in het bijzonder door middel van een aanpassing in het tuchtregister. Voor het overige blijft de tuchtsanctie overeind.
De klachten gaan over een voorlopige maatregel en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Hasselt.
Over de voorlopige maatregel: de directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast. De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding.
Uit de motivering van de voorlopige maatregel blijkt dat klaagster onder invloed op de wandeling was. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was, gelet op de noodzaak op de fysieke integriteit van klaagster in de gevangenis te vrijwaren. Gelet op de feiten was de plaatsing van klager in een verplicht verblijf op een beveiligde cel ook niet onredelijk of onbillijk. De beslissing tot voorlopige maatregel werd voldoende gemotiveerd. De voorlopige maatregel werd niet genomen met het oog op de onmiddellijke bestraffing. De klacht is bijgevolg niet gegrond.
Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie van 14 dagen ATV voor de volgende inbreuken opgelegd: 1) de opzettelijke aantasting van de orde en 2) het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen.
De klachtencommissie meent dat de directie onvoldoende motiveert waarom zij oordeelt dat het gedrag van klaagster de opzettelijke aantasting van de orde en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen zou uitmaken. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting en het rapport aan de directeur blijkt echter wel dat klaagster verboden substanties heeft gebruikt. Een correcte kwalificatie van de feiten was derhalve geweest ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 14 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie 30 dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het tuchtrechtelijk verleden van klager. Er werd tevens correct rekening gehouden met de voorlopige maatregel.
De klacht is dan ook gegrond. De klachtencommissie herkwalificeert de feiten naar het ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’. De klachtencommissie zegt dat de gevolgen van de gedeeltelijk vernietigde beslissing in overeenstemming worden gebracht met de uitspraak, in het bijzonder door middel van een aanpassing in het tuchtregister. Voor het overige blijft de tuchtsanctie overeind.