ORDEMAATREGEL - BEZOEK - VERBODEN SUBSTANTIES
Klager werd bij ordemaatregel van 16 juli 2025 ontzegt van zijn recht op gewoon tafelbezoek en ongestoord bezoek. De bezoekster van klager mag gedurende 3 maanden enkel op glasbezoek komen (artikel 60, §3 Basiswet). Gelet op de verwijzing naar de feiten van 13 juli 2025 en de bewoordingen “door deze ordemaatregel verhinderen we (dat) er via bezoekers verboden voorwerpen alsook verboden substanties de gevangenis wordt [sic] binnengesmokkeld (…)” heeft de directie haar beslissing op basis van artikel 60, §3, 1° Basiswet genomen. De klachtencommissie meent dat er in het voorliggend dossier sprake was van ernstige aanwijzingen in de zin van artikel 60, §3, 1° Basiswet. Ze verwijst naar de vondsten na het ongestoord bezoek van klager zoals beschreven in het RAD van 13 juli 2025. De klachtencommissie acht de redenering van de directie dat klager deze voorwerpen ontving naar aanleiding van het ongestoord bezoek niet onredelijk. Dat klager voor deze voorwerpen uiteindelijk niet tuchtrechtelijk kon gesanctioneerd worden ten gevolge van een procedureel probleem en dat klager de huidige ordemaatregel alsnog als een sanctie percipieert staat er volgens de klachtencommissie niet aan in de weg dat de directie deze feiten in aanmerking kon nemen in het kader van de handhaving van de orde en veiligheid. Volgens de klachtencommissie werd de maatregel afdoende gemotiveerd. Het proberen binnenbrengen van drugs door een bezoeker is volgens de klachtencommissie bovendien een gegronde reden om een ordemaatregel van glasbezoek naar redelijkheid te kunnen verantwoorden. De klachtencommissie oordeelt dat de ordemaatregel wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.
Klager werd bij ordemaatregel van 16 juli 2025 ontzegt van zijn recht op gewoon tafelbezoek en ongestoord bezoek. De bezoekster van klager mag gedurende 3 maanden enkel op glasbezoek komen (artikel 60, §3 Basiswet). Gelet op de verwijzing naar de feiten van 13 juli 2025 en de bewoordingen “door deze ordemaatregel verhinderen we (dat) er via bezoekers verboden voorwerpen alsook verboden substanties de gevangenis wordt [sic] binnengesmokkeld (…)” heeft de directie haar beslissing op basis van artikel 60, §3, 1° Basiswet genomen. De klachtencommissie meent dat er in het voorliggend dossier sprake was van ernstige aanwijzingen in de zin van artikel 60, §3, 1° Basiswet. Ze verwijst naar de vondsten na het ongestoord bezoek van klager zoals beschreven in het RAD van 13 juli 2025. De klachtencommissie acht de redenering van de directie dat klager deze voorwerpen ontving naar aanleiding van het ongestoord bezoek niet onredelijk. Dat klager voor deze voorwerpen uiteindelijk niet tuchtrechtelijk kon gesanctioneerd worden ten gevolge van een procedureel probleem en dat klager de huidige ordemaatregel alsnog als een sanctie percipieert staat er volgens de klachtencommissie niet aan in de weg dat de directie deze feiten in aanmerking kon nemen in het kader van de handhaving van de orde en veiligheid. Volgens de klachtencommissie werd de maatregel afdoende gemotiveerd. Het proberen binnenbrengen van drugs door een bezoeker is volgens de klachtencommissie bovendien een gegronde reden om een ordemaatregel van glasbezoek naar redelijkheid te kunnen verantwoorden. De klachtencommissie oordeelt dat de ordemaatregel wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.