Ga verder naar de inhoud

KC10/25-0071

Fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Autre décision directeur
GRONDSLAPEN - ZORGPLICHT - ART. 3 EVRM

De klacht gaat over het feit dat klaagster op de grond slaapt in de gevangenis van Hasselt.

Een beslissing tot celmutatie of toewijzing van een andere cel aan een gedetineerde is een beslissing die de directie vrij mag beoordelen op basis van haar discretionaire bevoegdheid. Deze beslissing mag geenszins een bestraffend karakter hebben.

Artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) verbiedt onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) verduidelijkte dat er een sterk vermoeden is dat de opsluiting strijdig is met het verbod op onmenselijke behandeling, wanneer een gedetineerde beschikt over minder dan 3m² in een meerpersoonscel. Naar analogie met het Europees Comité ter Preventie van Foltering, stelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat sanitaire voorzieningen niet mogen meegerekend worden in de totale oppervlakte van de cel.

De directie werd op verschillende momenten, over de periode van meer dan een maand, in de mogelijkheid gesteld de nodige toelichtingen aan de klachtencommissie en aan klaagster over te maken. De klachtencommissie heeft op heden nog niet de nodige toelichtingen ontvangen. De klachtencommissie kan derhalve in dit geval niet nagaan of de opsluiting van klaagster al dan niet in strijd is met het verbod op onmenselijke behandeling.

De klachtencommissie besluit, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State, dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund. Uit bovenstaande blijkt dat het vermoeden van strijdigheid met het verbod op een onmenselijke behandeling in dit geval niet wordt weerlegd. De situatie waarin klaagster verbleef was derhalve in strijd met artikel 3 van het EVRM. Om deze redenen is de klacht gegrond.