Ga verder naar de inhoud

KC10/25-0070

Irrecevable KC - Hasselt Commission des plaintes Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - KLACHTENCOMMISSIE

Klager stelt in zijn klacht dat de directie nog niets ondernam nadat hij gevallen van discriminatie door boekhouding en PSD aankaartte (op algemene wijze, zonder hierover verdere details of data te geven). Verderop in zijn klacht beklaagt hij zich over het gegeven dat de directie hem (over het specifieke geval dat hij in zijn klacht ter sprake brengt), nog niet te woord stond. Het niet beantwoorden van een vraag van een gedetineerde gericht aan de directie, kán een verzuim in de zin van artikel 148, tweede lid Basiswet uitmaken op voorwaarde dat de vraag van de gedetineerde een vraag tot het nemen van een concrete beslissing inhield die de directie op grond van een wettelijke verplichting of om redenen van redelijkheid en billijkheid had moeten nemen. Uit de klacht blijkt dat klager midden april en nadien ook nog op 30 april 2025 aan de directie vroeg om een onderhoud met hem in te plannen om het te hebben over discriminatie door een maatschappelijk assistente van de PSD. Dergelijk onderhoud vond volgens klager nog niet plaats. De klachtencommissie meent dat deze loutere vraag tot onderhoud van klager nog geen vraag aan de directie inhield om een concrete beslissing te nemen. Er is dan ook geen sprake van een verzuim in de zin van artikel 148, tweede lid Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over briefwisseling waarin een jurist van de CTRG gevraagd zou hebben “is klager nog niet geïnterneerd?”. De klachtencommissie wijst erop dat briefwisseling van de CTRG (zelfs al zou die verstuurd zijn binnen de behandeling van een concreet klachtendossier) géén voor beklag vatbare beslissing in de zin van artikel 148 Basiswet uitmaakt. De klacht is niet-ontvankelijk.