ORDEMAATREGEL – BEZOEK – VERBODEN SUBSTANTIES
De klachten zijn gericht tegen de ordemaatregel waardoor het bezoek tussen klager en zijn vriendin gedurende drie maanden beperkt is tot glasbezoek.
De klachtencommissie stelt vast dat de ordemaatregel werd opgelegd ingevolge een rapport aan de directeur (RAD). De klachtencommissie is reeds op de hoogte van dit RAD en de navolgende tuchtprocedure door de klachten die klager eerder heeft ingediend (KC10/25-0048 en KC10/25-0050). Klager had met zijn vriendin tafelbezoek. De toezichthouders hadden tijdens het bezoek gezien hoe klager iets aannam van zijn vriendin en wegstak in zijn sok. Na afloop van het bezoek werd klager onderworpen aan een naaktfouille en werd hij in bezit van een zakje hasj gevonden. Net zoals in zijn huidige klachten, ontkende klager tijdens de tuchtprocedure dat hij de hasj van zijn vriendin had gekregen. De hasj zou op de grond hebben gelegen en klager heeft dit opgeraapt. Klager heeft hiervoor twintig dagen ATV gekregen. Vervolgens werd de bestreden ordemaatregel opgelegd door de directie teneinde te voorkomen dat klager in de toekomst via het bezoek met zijn vriendin opnieuw in het bezit komt van drugs.
Op grond van de vaststellingen in het tuchtdossier besluit de klachtencommissie dat er redenen bestaan om aan te nemen dat de inbreuken op de bezoekregeling zich kunnen herhalen. De verklaring van klager volgens dewelke zijn vriendin niets met de drugssmokkel te maken zou hebben, acht de klachtencommissie ongeloofwaardig. Het RAD stelt duidelijk hoe de beambten zagen dat de vriendin van klager iets doorgaf aan hem waarna klager dat in zijn sok stak. De klachtencommissie besluit dat de ordemaatregel werd opgelegd conform de voorwaarden uit de Basiswet en Collectieve Brief nr. 107. De ordemaatregel is wettig.
Bovendien meent de klachtencommissie dat de ordemaatregel met inbegrip van de duurtijd, niet onredelijk of onbillijk is. De ordemaatregel is een effectieve manier om smokkel via bezoek te verhinderen maar laat anderzijds wel toe dat klager nog steeds zijn vriendin kan zien, weliswaar achter glas.
Om deze redenen zijn de klachten kennelijk ongegrond. De ordemaatregel blijft bestaan.
De klachten zijn gericht tegen de ordemaatregel waardoor het bezoek tussen klager en zijn vriendin gedurende drie maanden beperkt is tot glasbezoek.
De klachtencommissie stelt vast dat de ordemaatregel werd opgelegd ingevolge een rapport aan de directeur (RAD). De klachtencommissie is reeds op de hoogte van dit RAD en de navolgende tuchtprocedure door de klachten die klager eerder heeft ingediend (KC10/25-0048 en KC10/25-0050). Klager had met zijn vriendin tafelbezoek. De toezichthouders hadden tijdens het bezoek gezien hoe klager iets aannam van zijn vriendin en wegstak in zijn sok. Na afloop van het bezoek werd klager onderworpen aan een naaktfouille en werd hij in bezit van een zakje hasj gevonden. Net zoals in zijn huidige klachten, ontkende klager tijdens de tuchtprocedure dat hij de hasj van zijn vriendin had gekregen. De hasj zou op de grond hebben gelegen en klager heeft dit opgeraapt. Klager heeft hiervoor twintig dagen ATV gekregen. Vervolgens werd de bestreden ordemaatregel opgelegd door de directie teneinde te voorkomen dat klager in de toekomst via het bezoek met zijn vriendin opnieuw in het bezit komt van drugs.
Op grond van de vaststellingen in het tuchtdossier besluit de klachtencommissie dat er redenen bestaan om aan te nemen dat de inbreuken op de bezoekregeling zich kunnen herhalen. De verklaring van klager volgens dewelke zijn vriendin niets met de drugssmokkel te maken zou hebben, acht de klachtencommissie ongeloofwaardig. Het RAD stelt duidelijk hoe de beambten zagen dat de vriendin van klager iets doorgaf aan hem waarna klager dat in zijn sok stak. De klachtencommissie besluit dat de ordemaatregel werd opgelegd conform de voorwaarden uit de Basiswet en Collectieve Brief nr. 107. De ordemaatregel is wettig.
Bovendien meent de klachtencommissie dat de ordemaatregel met inbegrip van de duurtijd, niet onredelijk of onbillijk is. De ordemaatregel is een effectieve manier om smokkel via bezoek te verhinderen maar laat anderzijds wel toe dat klager nog steeds zijn vriendin kan zien, weliswaar achter glas.
Om deze redenen zijn de klachten kennelijk ongegrond. De ordemaatregel blijft bestaan.