Ga verder naar de inhoud

KC10/24-0161

Non fondée Fondée Irrecevable KC - Hasselt Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire Pas de décision du directeur
VOORLOPIGE MAATREGEL - BEVEILIGDE CEL - VERBODEN SUBSTANTIES - TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - BEVOEGDHEID - EXTERNE RECHTSPOSITIE

De klacht is gericht tegen het verblijf in de strafcel, de tuchtbeslissing van 13.11.2024 en de beslissing om zijn uitgaansvergunningen niet te laten doorgaan.

Wat betreft het verblijf in de beveiligde cel:
De maatregel werd opgelegd omdat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast door zwaar onder invloed te zijn. Ten gevolge van de voorlopige maatregel werd klager
ondergebracht in de beveiligde cel, op medisch advies. De voorlopige maatregel nam een aanvang op 10.11.2024 om 10u20. Wanneer een voorlopige maatregel wordt opgelegd, dient de gedetineerde binnen 72 uur volgend op het nemen van de voorlopige maatregel gehoord te worden op de tuchtrechtelijke hoorzitting. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat hij op 13.11.2024 werd gehoord. Deze termijn werd bijgevolg nageleefd. Het is de directeur die beslist of het noodzakelijk is dat de voorlopige maatregel gehandhaafd blijft tot aan de tuchtbeslissing en niet de medische dienst. De klachtencommissie besluit dat de voorlopige maatregel werd genomen conform de voorwaarden uit de Basiswet en bovendien gerechtvaardigd was. Om deze redenen is de klacht kennelijk
ongegrond.

Wat betreft de tuchtbeslissing:
Klager werd op 13.11.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtinbreuk van tweede categorie. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager tegenover de directie heeft toegegeven dat hij onder invloed was. Hij had eerst speed ingenomen en daarna Seroquel om tot rust te komen. De speed en de andere zaken die op cel werden gevonden, alsook de beschadigde intercom, daarvoor wijst hij zijn celgenoot aan. De klachtencommissie stelt aan de hand van de motivering van de tuchtbeslissing vast dat de directie de verklaring van klager heeft aangenomen en hem enkel wou sanctioneren omwille van het gebruik van speed. De directie heeft dit gekwalificeerd als het niet-naleven van het huishoudelijk reglement. Speed is een wettelijk verboden substantie. In het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Hasselt is bepaald dat gedetineerden niet in het bezit mogen zijn van wettelijk verboden voorwerpen. Het gebruik van speed impliceert het bezit ervan hetgeen inderdaad een schending van het huishoudelijk reglement inhoudt. De directie had echter evengoed een tuchtrechtelijke inbreuk van eerste categorie kunnen weerhouden, nl. het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden substanties.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van twaalf dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV.
De tuchtsanctie was op zichzelf dus wettig. De klachtencommissie stelt echter vast dat in de tuchtbeslissing is bepaald dat de tuchtsanctie werd opgelegd vanaf 14.11.2024 tot 26.11.2024.
Nochtans verbleef klager al sinds 10.11.2024 in de beveiligde cel als voorlopige maatregel. De Basiswet voorziet dat wanneer de voorlopige maatregel omgevormd wordt naar een gelijkaardige
tuchtsanctie, de tijd van de voorlopige maatregel in mindering van de tuchtsanctie moet worden gebracht. De ATV-sanctie had bijgevolg moeten aflopen op 22.11.2024 in plaats van 26.11.2024.

Wat betreft de uitgaansvergunningen:
De klachtencommissie is enkel bevoegd om klachten te beoordelen die gericht zijn tegen beslissingen die werden genomen op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de interne rechtspositie van gedetineerden. De regeling inzake strafuitvoeringsmodaliteiten, waaronder uitgaansvergunningen, is daarentegen te vinden in de Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf. Deze klacht van klager valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie waardoor de klacht kennelijk onontvankelijk is.