Ga verder naar de inhoud

KC10/24-0146

Non fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN

De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 04.11.2024.

Klager werd op 04.11.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken, een tuchtinbreuk van eerste categorie, naar aanleiding van het bezit van een gsm, feiten die werden meegedeeld in een rapport aan de directeur (RAD) van 29.10.2024.

Uit het RAD blijkt dat de opsteller zijn rondgang tijdens het appel deed. Klager was als enige van de vier gedetineerden op dat moment in de keuken. Klager werd geroepen en de opsteller zag dat klager een gsm in zijn hand had. Klager zou dat volgens het rapport zelf niet door gehad hebben en zijn celgenoten moesten hem daarop attent maken. De gedetineerden wilden de gsm niet afgeven waarop de beambte zei dat er de volgende ochtend een celcontrole ging gebeuren. De directeur nam op 30.10.2024 kennis van het RAD en besloot om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd op 04.11.2024, met bijstand van een advocaat, gehoord door de directie. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager tegenover de directie ontkende dat hij een gsm vast had. Hij was aan het bellen via de vaste lijn.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk en gedetailleerd werd opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Volgens het RAD kwam klager immers uit de keuken gelopen. Klager beweert dat hij daar aan het bellen was via de vaste lijn. De directie stelt echter in haar verweer dat dat niet kan omdat er geen vaste telefoon beschikbaar is in de keuken. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 18 dagen ATV (en geen 22 dagen zoals klager beweert in zijn klacht). Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig.
De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk wasaangezien hij geen medewerking wou verlenen door de gsm af te geven aan de beambte en de verschillende (vier) tuchtsancties die klager het afgelopen jaar reeds heeft opgelopen.
Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.