Ga verder naar de inhoud

KC10/24-0132

Fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS

Klager heeft een klacht ingediend tegen de tuchtbeslissing omdat hij nooit de intentie heeft gehad om te beledigen of iets verkeerd te zeggen. Volgens klager is het een grote miscommunicatie. De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Uit de tuchtbeslissing blijkt dat klager gesanctioneerd is voor twee tuchtinbreuken: het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (tuchtinbreuk van eerste categorie) en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (tuchtinbreuk van tweede categorie). Aangezien klager de vondst van de gsm niet vermeldt in zijn klachtenformulier en uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat hij het bezit van een gsm ontegensprekelijk heeft toegegeven ten aanzien van de directie, besluit de klachtencommissie dat klager deze tuchtinbreuk niet betwist en beperkt zij haar onderzoek bijgevolg tot de tuchtinbreuk van de tweede categorie, namelijk het beledigen van personen.

Er werd een RAD opgemaakt. Klager moest bij het buiten gaan van de wandeling drie maal door de metaaldetectie omdat deze piepte. Klager zou hierbij vanalles hebben gemompeld, en hij zou ongepast en zeer dichtbij de opsteller van het RAD hebben gedraaid waarbij hij zou gezegd hebben “lekkere….” maar de rest was onverstaanbaar. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting verklaarde klager dat hij boos was omwille van dit RAD omdat het een misverstand is. In de motivering van de tuchtbeslissing wordt over dit RAD louter gezegd dat dit RAD werd samengevoegd bij het dossier van de GSM.

De klachtencommissie is van oordeel dat het RAD niet voldoende duidelijk werd opgesteld omdat uit het RAD niet blijkt welke beledigingen klager zou geuit hebben. Er is enkel sprake van mompelde, van alles, lekkere en voor de rest onverstaanbare woorden. De directie heeft in de motivering van de tuchtbeslissing ook niet gemotiveerd waarom zij meende dat de vaststellingen in het RAD gekwalificeerd konden worden als beledigingen. De klachtencommissie besluit dat deze tuchtrechtelijke inbreuk niet in redelijkheid en billijkheid bewezen kon worden in hoofde van klager. Om deze reden is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtcommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre klager werd gesanctioneerd voor het beledigen van personen. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan.

Deze gedeeltelijke vernietiging heeft geen invloed op de wettelijk toegestane maximumsanctie. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de tuchtsanctie redelijk en billijk was aangezien het tuchtregister van klager meerdere tuchtrechtelijke veroordelingen voor de vondst van een gsm vermeldt. Klager blijkt dus hardleers te zijn.