Ga verder naar de inhoud

KC10/24-0125

Fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL - HANDTEKENING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID

In dit dossier werd klager vanaf maandag 7 oktober om 19u55 en in afwachting van de mededeling van de tuchtbeslissing van 10.10.2024, geplaatst op de beveiligde cel naar aanleiding van een rapport aan de directeur (RAD). Het opleggen van een voorlopige maatregel is geregeld in de Basiswet. De Basiswet kent deze bevoegdheid enkel toe aan de directeur. In tegenstelling tot een bijzondere veiligheidsmaatregel, laat de Basiswet dus niet toe dat andere personeelsleden een voorlopige maatregel opleggen wanneer de situatie geen enkel uitstel duldt.

Het RAD beschrijft hoe de opsteller en zijn collega tijdens het insluiten van de wandeling een hels kabaal hoorden. Klager en zijn celgenoot bleken te slaan en te trappen op hun celdeur omdat de televisie niet werkte. Beide gedetineerden hadden geen gehoor voor de uitleg van de opsteller dat er een algemene panne was van het systeem en dat het systeem aan het heropstarten was. Hun gedrag werd overgenomen door andere gedetineerden op sectie. Een TDB was intussen gearriveerd en opende de celdeur. Volgens het RAD bleven beide gedetineerden een grote mond opzetten waarna in overleg besloten werd om beide gedetineerden onder te brengen in de beveiligde cel.

De klachtencommissie stelt vast dat de voorlopige maatregel niet werd ondertekend door een directielid. Dit is echter ook geen verplichting. De klachtencommissie meent echter dat noch uit het RAD, noch uit de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel de voorafgaandelijke tussenkomst van een directielid blijkt, hoewel dit verplicht is volgens de Basiswet. In tegendeel, het RAD doet uitschijnen dat de personeelsleden vermeld in het RAD, in onderling overleg beslist hebben om klager op de beveiligde cel te plaatsen. Nergens wordt melding gemaakt dat de directie werd gecontacteerd.

De klachtencommissie besluit dat de klacht gericht is tegen het verzuim van de directie om een beslissing te nemen hoewel op de directie de verplichting rustte tot het nemen van een beslissing op grond van artikel 145 van de Basiswet. De voorlopige maatregel werd opgelegd in strijd met artikel 145 van de Basiswet. Om deze reden is de klacht ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.