Ga verder naar de inhoud

KC10/24-0071

Non fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - BEWIJS

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. De opsteller van het RAD zag tijdens zijn toezicht van de wandeling hoe klager twee lijntjes met een witte substantie klaarlegde op de vensterbank achter de automaat. Hierna kwam een andere gedetineerde en snoof één van de twee lijntjes op via zijn neus. Daarna snoof klager het tweede lijntje op via zijn neus. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager de vaststellingen van het personeel ontkent. Klager gebruikt geen hard drugs. Klager wil gerust een urinetest afleggen. Hij zal enkel positief testen op THC. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD zorgvuldig werd opgesteld. De opsteller heeft de handelingen die ontegensprekelijk verband houden met het gebruik van drugs, expliciet en duidelijk omschreven. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De klachtencommissie heeft via een klacht van de andere betrokken gedetineerde (KC10/24-0073) bovendien kunnen vaststellen dat deze gedetineerde tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting toegaf dat er lijntjes lagen. Tot slot, wat betreft de vraag van klager tot het afnemen van een urinetest, stelt de klachtencommissie zich de vraag welke vaststellingen nog mogelijk zijn op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De directeur legde een bijzondere tuchtsanctie op in de vorm van het verbod om deel te nemen aan de gemeenschappelijke wandeling gedurende zeven dagen. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan dit maximaal gedurende dertig dagen opgelegd worden. Bovendien was er een verband tussen de feiten en de opgelegde sanctie zodat de bijzondere tuchtsanctie een spiegelende sanctie was. De tuchtsanctie was bijgevolg wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het tuchtrechtelijk verleden van klager in verband met drugs. Om deze redenen is de klacht ongegrond.