KC10/24-0060
Fondée
Compensation
KC - Hasselt
Commission des plaintes
Fouille à corps
FOUILLE OP HET LICHAAM - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING
De directie heeft in de motivering van haar beslissingen telkens verwezen naar een incident uit het verleden, namelijk de vondst van marihuana na het ongestoord bezoek, om de naaktfouilles te rechtvaardigen. De nota van DG EPI van 10 september 2018 haalt dergelijk incident uit het verleden aan als voorbeeld voor een individuele aanwijzing om een naaktfouille op te leggen. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de vermelding van dit incident niet kan beschouwd worden als een concrete en actuele individuele aanwijzing om te vermoeden dat klager na zijn bezoek op 22 en 24 april ook opnieuw in het bezit was van drugs. Nochtans is in de nota van DG EPI uitdrukkelijk bepaald dat “het verboden is om de fouillering op het lichaam stelselmatig op te leggen in welbepaalde omstandigheden zonder dat het gedrag van de gedetineerde daartoe aanleiding geeft. Overeenkomstig de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en van de Raad van State kan er niet besloten worden tot fouilleringen op het lichaam indien de fouillering niet bijkomend verantwoord wordt door het gedrag van de gedetineerde.” De inbreuk van klager op 20.04.2024 is met andere woorden geen vrijgeleide om een naaktfouille op te leggen na elk bezoek dat klager de komende periode zal hebben. De klachtencommissie stelt vast dat noch de motivering van de bestreden beslissingen, noch de dossierstukken meldingen bevatten over verdachte handelingen van klager of zijn bezoekster tijdens het tafelbezoek van 22 april of voor of na het ongestoord bezoek van 24 april. De klachtencommissie besluit dat de beslissingen tot het opleggen van een fouillering op het lichaam van 22 en 24 april niet voldeden aan de voorwaarden uit de Basiswet.
Klager heeft zich in zijn klacht ook uitgesproken over de wijze waarop de naaktfouilles werden uitgevoerd. Zo beweert hij dat er een vrouwelijk personeelslid stond te kijken en dat hij geen handdoek heeft gekregen.
Er werd geen observatienota of RAD opgemaakt over de uitvoering van de naaktfouille en de vaststellingen gedaan tijdens de naaktfouille. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in haar verweer geen opmerkingen heeft gegeven over dit vraagstuk. Aangezien de directie de verklaring van klager niet op voldoende aannemelijke wijze heeft weerlegd, is de klachtencommissie van oordeel dat twijfel in het voordeel van klager dient te worden uitgelegd. De klachtencommissie besluit dat er sprake is van een schending van de Basiswet in samenhang gelezen met de procedure zoals opgelegd door bijlage 3 van CB 141.
Om deze redenen is de klacht gegrond. Aangezien de naaktfouilles reeds zijn ondergaan, zijn de voorwaarden tot toekenning van een compensatie vervuld. Gelet op de opmerkingen van de directie, kent de klachtencommissie als tegemoetkoming voor het ondergaan van twee onwettige naaktfouilles één extra tafelbezoek, dat dient te worden ingepland op een voormiddag, en één extra videobezoek toe.
De directie heeft in de motivering van haar beslissingen telkens verwezen naar een incident uit het verleden, namelijk de vondst van marihuana na het ongestoord bezoek, om de naaktfouilles te rechtvaardigen. De nota van DG EPI van 10 september 2018 haalt dergelijk incident uit het verleden aan als voorbeeld voor een individuele aanwijzing om een naaktfouille op te leggen. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de vermelding van dit incident niet kan beschouwd worden als een concrete en actuele individuele aanwijzing om te vermoeden dat klager na zijn bezoek op 22 en 24 april ook opnieuw in het bezit was van drugs. Nochtans is in de nota van DG EPI uitdrukkelijk bepaald dat “het verboden is om de fouillering op het lichaam stelselmatig op te leggen in welbepaalde omstandigheden zonder dat het gedrag van de gedetineerde daartoe aanleiding geeft. Overeenkomstig de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en van de Raad van State kan er niet besloten worden tot fouilleringen op het lichaam indien de fouillering niet bijkomend verantwoord wordt door het gedrag van de gedetineerde.” De inbreuk van klager op 20.04.2024 is met andere woorden geen vrijgeleide om een naaktfouille op te leggen na elk bezoek dat klager de komende periode zal hebben. De klachtencommissie stelt vast dat noch de motivering van de bestreden beslissingen, noch de dossierstukken meldingen bevatten over verdachte handelingen van klager of zijn bezoekster tijdens het tafelbezoek van 22 april of voor of na het ongestoord bezoek van 24 april. De klachtencommissie besluit dat de beslissingen tot het opleggen van een fouillering op het lichaam van 22 en 24 april niet voldeden aan de voorwaarden uit de Basiswet.
Klager heeft zich in zijn klacht ook uitgesproken over de wijze waarop de naaktfouilles werden uitgevoerd. Zo beweert hij dat er een vrouwelijk personeelslid stond te kijken en dat hij geen handdoek heeft gekregen.
Er werd geen observatienota of RAD opgemaakt over de uitvoering van de naaktfouille en de vaststellingen gedaan tijdens de naaktfouille. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in haar verweer geen opmerkingen heeft gegeven over dit vraagstuk. Aangezien de directie de verklaring van klager niet op voldoende aannemelijke wijze heeft weerlegd, is de klachtencommissie van oordeel dat twijfel in het voordeel van klager dient te worden uitgelegd. De klachtencommissie besluit dat er sprake is van een schending van de Basiswet in samenhang gelezen met de procedure zoals opgelegd door bijlage 3 van CB 141.
Om deze redenen is de klacht gegrond. Aangezien de naaktfouilles reeds zijn ondergaan, zijn de voorwaarden tot toekenning van een compensatie vervuld. Gelet op de opmerkingen van de directie, kent de klachtencommissie als tegemoetkoming voor het ondergaan van twee onwettige naaktfouilles één extra tafelbezoek, dat dient te worden ingepland op een voormiddag, en één extra videobezoek toe.