KC10/24-0046
Non fondée
KC - Hasselt
Commission des plaintes
Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVERING - PROPORTIONALITEIT
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het verslag van horen, de beslissing tot het opleggen van een BVM en het rapportbriefje dat klager aan de directie heeft geschreven. In het rapportbriefje eist klager dat zijn ongestoord bezoek de dag zelf nog wordt goedgekeurd anders mag men het speciaal interventieteam bellen. De klachtencommissie is van oordeel dat het rapportbriefje een ernstige bedreiging uitmaakte voor de veiligheid van de personen aanwezig in de gevangenis. De bewering van klager dat hij beleefd is gebleven, blijkt dus niet. Gedurende zeven dagen werden scherpe en gevaarlijke voorwerpen afgenomen van klager, werd hij uitgesloten van gemeenschappelijke activiteiten, diende hij te verblijven op een monocel en diende dagelijks geëvalueerd te worden of de onderbrenging in de beveiligde cel noodzakelijk was. De klachtencommissie meent dat de directie in de bestreden beslissing afdoende heeft gemotiveerd waarom elke afzonderlijke veiligheidsmaatregel noodzakelijk was. De klachtencommissie meent dat de totaliteit van de opgelegde veiligheidsmaatregelen proportioneel en effectief was teneinde de veiligheid in de gevangenis te beschermen. De klachtencommissie meent dat de beslissing wettig was en niet onredelijk of onbillijk. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het verslag van horen, de beslissing tot het opleggen van een BVM en het rapportbriefje dat klager aan de directie heeft geschreven. In het rapportbriefje eist klager dat zijn ongestoord bezoek de dag zelf nog wordt goedgekeurd anders mag men het speciaal interventieteam bellen. De klachtencommissie is van oordeel dat het rapportbriefje een ernstige bedreiging uitmaakte voor de veiligheid van de personen aanwezig in de gevangenis. De bewering van klager dat hij beleefd is gebleven, blijkt dus niet. Gedurende zeven dagen werden scherpe en gevaarlijke voorwerpen afgenomen van klager, werd hij uitgesloten van gemeenschappelijke activiteiten, diende hij te verblijven op een monocel en diende dagelijks geëvalueerd te worden of de onderbrenging in de beveiligde cel noodzakelijk was. De klachtencommissie meent dat de directie in de bestreden beslissing afdoende heeft gemotiveerd waarom elke afzonderlijke veiligheidsmaatregel noodzakelijk was. De klachtencommissie meent dat de totaliteit van de opgelegde veiligheidsmaatregelen proportioneel en effectief was teneinde de veiligheid in de gevangenis te beschermen. De klachtencommissie meent dat de beslissing wettig was en niet onredelijk of onbillijk. Om deze redenen is de klacht ongegrond.