ARBEID - ONTSLAG - BEVOEGDHEID - MOTIVERING
Op grond van de Basiswet heeft een gedetineerde het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid. Het is de directeur die zorgt voor de toewijzing van de beschikbare arbeid aan de gedetineerde die erom vraagt. De Basiswet regelt de procedure voor de aanstelling en het ontslag niet. De dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheidsmaatregel van de Directie Juridische Dienst van DG EPI van 18.06.2015 bepaalt de exhaustieve gevallen waarin een ontslag mogelijk is. Enkel de directeur kan hiertoe beslissen. Deze exclusieve bevoegdheid van de directeur wordt bevestigd in het Huishoudelijk Reglement van de gevangenis van Hasselt.
Aangezien de directie geen documenten over het ontslag kan voorleggen, kan de klachtencommissie niet nagaan of de ontslagbeslissing werd genomen door een daartoe bevoegd persoon. Bovendien vereist de Basiswet dat elke beslissing genomen in toepassing van de Basiswet, wordt gemotiveerd. De klachtencommissie kan dus ook niet beoordelen of de ontslagbeslissing afdoende werd gemotiveerd en of de redenen voor het ontslag werden geobjectiveerd aan de hand van observatienota’s of rapporten aan de directeur. Bij gebreke aan een aantoonbare gemotiveerde beslissing van de directeur, hoewel enkel de directeur dergelijke beslissing kon nemen, is er sprake van een verzuim van de directie. De klacht is ontvankelijk. Uit de ontvankelijkheid van de klacht volgt ook meteen de gegrondheid van de klacht. De klachtencommissie vernietigt het ontslag.
Artikel 158, §4, eerste lid van de Basiswet bepaalt dat de directeur de gevolgen van de vernietigde beslissing, voor zover mogelijk, ongedaan maakt. Dit betekent dat klager zijn job in de keuken onmiddellijk herneemt, indien er plaats is. Indien er geen plaats is, dient klager bovenaan de wachtlijst voor de keuken geplaatst te worden. Bijgevolg komt de gegrondverklaring van de klacht overeen met de vraag van klager in zijn klacht om de beslissing te veranderen. Zodoende kent de klachtencommissie geen andere tegemoetkoming toe.
Op grond van de Basiswet heeft een gedetineerde het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid. Het is de directeur die zorgt voor de toewijzing van de beschikbare arbeid aan de gedetineerde die erom vraagt. De Basiswet regelt de procedure voor de aanstelling en het ontslag niet. De dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheidsmaatregel van de Directie Juridische Dienst van DG EPI van 18.06.2015 bepaalt de exhaustieve gevallen waarin een ontslag mogelijk is. Enkel de directeur kan hiertoe beslissen. Deze exclusieve bevoegdheid van de directeur wordt bevestigd in het Huishoudelijk Reglement van de gevangenis van Hasselt.
Aangezien de directie geen documenten over het ontslag kan voorleggen, kan de klachtencommissie niet nagaan of de ontslagbeslissing werd genomen door een daartoe bevoegd persoon. Bovendien vereist de Basiswet dat elke beslissing genomen in toepassing van de Basiswet, wordt gemotiveerd. De klachtencommissie kan dus ook niet beoordelen of de ontslagbeslissing afdoende werd gemotiveerd en of de redenen voor het ontslag werden geobjectiveerd aan de hand van observatienota’s of rapporten aan de directeur. Bij gebreke aan een aantoonbare gemotiveerde beslissing van de directeur, hoewel enkel de directeur dergelijke beslissing kon nemen, is er sprake van een verzuim van de directie. De klacht is ontvankelijk. Uit de ontvankelijkheid van de klacht volgt ook meteen de gegrondheid van de klacht. De klachtencommissie vernietigt het ontslag.
Artikel 158, §4, eerste lid van de Basiswet bepaalt dat de directeur de gevolgen van de vernietigde beslissing, voor zover mogelijk, ongedaan maakt. Dit betekent dat klager zijn job in de keuken onmiddellijk herneemt, indien er plaats is. Indien er geen plaats is, dient klager bovenaan de wachtlijst voor de keuken geplaatst te worden. Bijgevolg komt de gegrondverklaring van de klacht overeen met de vraag van klager in zijn klacht om de beslissing te veranderen. Zodoende kent de klachtencommissie geen andere tegemoetkoming toe.