KC10/24-0002
Fondée
KC - Hasselt
Commission des plaintes
Autre décision directeur
ANDERE BESLISSING DIRECTEUR - BEZOEK - MOTIVERING
Klager heeft een aanvraag ingediend om ongestoord bezoek te kunnen krijgen met haar partner die ook een gedetineerde is. De PSD had geen tegenindicaties. De aanvraag werd echter niet goedgekeurd omdat er volgens de directie geen relatie van zes maanden zou zijn aangetoond. Bij aanvang van de detentie zou klager immers gezegd hebben dat het louter om een vriendschapsrelatie ging.
Bezoek tussen gedetineerden (intern bezoek) is onderworpen aan de algemene regels voor gewoon bezoek en ongestoord bezoek. Bijgevolg moet de directie een aanvraag van een gedetineerde om ongestoord bezoek te krijgen met een medegedetineerde op dezelfde manier beoordelen als een aanvraag voor ongestoord bezoek met een niet-gedetineerde.
Een niet-samenwonende partner, zoals in casu het geval is, wordt pas toegelaten tot het ongestoord bezoek na een voorafgaande toelating door de directeur. De klachtencommissie stelt vast dat de bestreden beslissing geen naam of handtekening van een directielid vermeldt. Bijgevolg is het onduidelijk of de beslissing werd genomen door een daartoe bevoegd persoon.
Het argument alsof ongestoord bezoek niet toegelaten zou zijn voor mensen die louter een vriendschappelijke relatie hebben en geen amoureuze relatie, is niet correct. Een bezoeker heeft een gerechtvaardigd belang indien hij/zij minstens zes maanden belangstelling heeft getoond die toelaat te geloven in de oprechtheid van de relatie met de gedetineerde. Dat het begrip relatie ruim geïnterpreteerd moet worden blijkt uit de rechtspraak van de Beroepscommissie. Dat niet alleen een romantische relatie bedoeld wordt maar ook een vriendschappelijke relatie toegelaten wordt, wordt impliciet bevestigd door Collectieve Brief nr. 107 die stelt dat het (ongestoord) bezoek niet beperkt hoeft te blijven tot één persoon. De klachtencommissie meent uit het verweer van de directie af te leiden dat zij zich aansluit bij dit standpunt. Ongeacht of klager een vriendschappelijke of amoureuze relatie heeft, dient de directie na te gaan of de bezoeker minstens zes maanden belangstelling heeft getoond die toelaat te geloven in de oprechtheid van de relatie met klager. Indien de directie meent dat aan deze voorwaarde niet is voldaan, moet zij dit motiveren in de weigeringsbeslissing. De klachtencommissie meent dat de bestreden beslissing hierover geen duidelijkheid geeft.
Tot slot, wanneer het ongestoord bezoek wordt geweigerd, kan een nieuwe aanvraag worden ingediend na drie maanden, te rekenen vanaf de beslissing tot weigering. In de bestreden beslissing is hierover niets bepaald zodat klager niet in kennis werd gesteld over de tijdelijke aard van de beslissing.
Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing. De klachtencommissie draagt de directeur, in toepassing van artikel 158, §3, 1° van de Basiswet, op om binnen de maand na de betekening van de beslissing van de klachtencommissie een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Klager heeft een aanvraag ingediend om ongestoord bezoek te kunnen krijgen met haar partner die ook een gedetineerde is. De PSD had geen tegenindicaties. De aanvraag werd echter niet goedgekeurd omdat er volgens de directie geen relatie van zes maanden zou zijn aangetoond. Bij aanvang van de detentie zou klager immers gezegd hebben dat het louter om een vriendschapsrelatie ging.
Bezoek tussen gedetineerden (intern bezoek) is onderworpen aan de algemene regels voor gewoon bezoek en ongestoord bezoek. Bijgevolg moet de directie een aanvraag van een gedetineerde om ongestoord bezoek te krijgen met een medegedetineerde op dezelfde manier beoordelen als een aanvraag voor ongestoord bezoek met een niet-gedetineerde.
Een niet-samenwonende partner, zoals in casu het geval is, wordt pas toegelaten tot het ongestoord bezoek na een voorafgaande toelating door de directeur. De klachtencommissie stelt vast dat de bestreden beslissing geen naam of handtekening van een directielid vermeldt. Bijgevolg is het onduidelijk of de beslissing werd genomen door een daartoe bevoegd persoon.
Het argument alsof ongestoord bezoek niet toegelaten zou zijn voor mensen die louter een vriendschappelijke relatie hebben en geen amoureuze relatie, is niet correct. Een bezoeker heeft een gerechtvaardigd belang indien hij/zij minstens zes maanden belangstelling heeft getoond die toelaat te geloven in de oprechtheid van de relatie met de gedetineerde. Dat het begrip relatie ruim geïnterpreteerd moet worden blijkt uit de rechtspraak van de Beroepscommissie. Dat niet alleen een romantische relatie bedoeld wordt maar ook een vriendschappelijke relatie toegelaten wordt, wordt impliciet bevestigd door Collectieve Brief nr. 107 die stelt dat het (ongestoord) bezoek niet beperkt hoeft te blijven tot één persoon. De klachtencommissie meent uit het verweer van de directie af te leiden dat zij zich aansluit bij dit standpunt. Ongeacht of klager een vriendschappelijke of amoureuze relatie heeft, dient de directie na te gaan of de bezoeker minstens zes maanden belangstelling heeft getoond die toelaat te geloven in de oprechtheid van de relatie met klager. Indien de directie meent dat aan deze voorwaarde niet is voldaan, moet zij dit motiveren in de weigeringsbeslissing. De klachtencommissie meent dat de bestreden beslissing hierover geen duidelijkheid geeft.
Tot slot, wanneer het ongestoord bezoek wordt geweigerd, kan een nieuwe aanvraag worden ingediend na drie maanden, te rekenen vanaf de beslissing tot weigering. In de bestreden beslissing is hierover niets bepaald zodat klager niet in kennis werd gesteld over de tijdelijke aard van de beslissing.
Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing. De klachtencommissie draagt de directeur, in toepassing van artikel 158, §3, 1° van de Basiswet, op om binnen de maand na de betekening van de beslissing van de klachtencommissie een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak.