Ga verder naar de inhoud

KC10/23-0173

Non fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - RECHT VAN VERDEDIGING - BEWIJS

De klachtencommissie heeft kennis genomen van het tuchtdossier dat bestaat uit één rapport aan de directeur (RAD). Het RAD werd opgesteld door de kwartierchef nadat hij in kennis werd gesteld door zijn collega dat klager voor een tweede keer geweigerd had om zijn microgolfoven correct en veilig te plaatsen. Bijgevolg begeeft de kwartierchef zich naar de verblijfsruimte van klager om hem de kans te geven dit alsnog in orde te brengen. Op basis van het RAD zou klager dit geweigerd hebben en eiste hij een document waarin staat dat hij dat moet doen. De opsteller van het RAD zou klager gewezen hebben op de passage uit het huishoudelijk reglement die stelt dat het inrichten van de verblijfsruimte het doorzoeken ervan in geen geval mag verhinderen. Volgens het RAD was dit niet het geval aangezien de microgolfoven op een constructie van glazen bokalen stond. Wanneer opsteller het gesprek wou afronden en de deur wou sluiten, start er een discussie.

Op basis van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting, stelt de klachtencommissie vast dat klager betwistte dat aan hem werd gevraagd om zijn microgolfoven te verzetten. Klager gaf aan het beu te zijn met de manier waarop hij zou worden behandeld door het personeel. Hij zou steeds problemen hebben met één en dezelfde beambte. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor drie tuchtinbreuken van tweede categorie:

- Het beledigen van personen;
- Het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en
- Het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel.

Ondanks het feit dat de datum en het uur van de tuchtrechtelijke hoorzitting niet werden ingevuld op de mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure, was klager aanwezig op de zitting, tijdens dewelke hij werd bijgestaan door een advocaat en heeft hij zijn opmerkingen kunnen geven. Op basis van het verslag van de hoorzitting, stelt de klachtencommissie vast dat de advocaat niet heeft opgeworpen dat hij zich niet kon voorbereiden bij gebreke aan een voorafgaand gesprek met klager. De klachtencommissie meent dat de omstandigheid dat klager geen kopie kreeg van de observatiefiches, geen afbreuk doet aan het recht op tegenspraak aangezien de vermelding van de observatiefiches in het RAD louter ten overvloede (om hetgeen in het RAD staat te versterken) werd aangehaald. Het niet-opvolgen van de bevelen van het personeel was eigenlijk al voltrokken toen klager de instructie van de opsteller van het RAD heeft genegeerd. Op basis van de vaststellingen in het RAD wist klager eigenlijk al voldoende waartegen hij zich moest verdedigen. Tenslotte stelt de klachtencommissie vast dat klager geen van bovenstaande punten opgeworpen heeft tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie besluit dat het recht van verdediging van klager niet werd geschonden.

Tot slot wat de tuchtsanctie betreft; voor een tuchtinbreuk van tweede categorie kan maximaal vijftien dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie van zeven dagen ATV wettig was. Bovendien is de tuchtsanctie niet onredelijk of onbillijk gelet op de tuchtrechtelijke voorgaande. Om deze redenen is de klacht ongegrond.