Ga verder naar de inhoud

KC10/23-0149

Non fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - SANCTIE

De klachtencommissie nam kennis van het tuchtdossier dat één rapport aan de directeur (RAD) bevat. Volgens het RAD was klager aan het praten met een andere gedetineerde in een ander lokaal. De opsteller van het RAD vroeg klager tweemaal om te stoppen met praten en in zijn eigen lokaal te blijven wachten. Klager wou deze instructies niet opvolgen. De opsteller van het RAD heeft de bijstand van haar collega gevraagd die het wachtlokaal ging sluiten. Klager is hierop beginnen roepen en heeft zowel opsteller als haar collega beledigd. Op een bepaald moment stonden klager en de beambte ook neus aan neus. Uiteindelijk heeft klager ook nog bedreigingen geuit naar de twee beambten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkende klager dat hij in de fout was. Hij stond in de deuropening iedereen te groeten die voorbij kwam en plots werd er op hem geroepen en stond de chef neus aan neus bij hem. Klager gaf weliswaar toe dat hij de opsteller van het RAD een heks had genoemd en hij was inderdaad boos op de beambten.

De directeur weerhield een tuchtinbreuk van tweede categorie, namelijk het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden. De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren gelet op de uitgebreide vaststellingen in het rapport en de bekentenis van klager tijdens de hoorzitting. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie kan maximaal vijftien dagen ATV opgelegd worden. De tuchtsanctie was bijgevolg wettig. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de tuchtsanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de negen tuchtrechtelijke voorgaanden in 2023, waaronder ook het beledigen van personeel. De klachtencommissie meent dat de directie bijzonder mild is geweest in de straftoemeting. De klachtencommissie is door een vorig dossier (KC10/23-0104) op de hoogte dat klager tot 19.10.2023 een ATV-sanctie had lopen. De klachtencommissie stelt aan de hand van het tuchtregister van klager vast dat op 20.10.2023 een RAD werd opgemaakt wegens drugs waarna klager erin slaagt om tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting voor dit RAD, opnieuw een RAD op te lopen. Tot slot had de directie klager ook kunnen sanctioneren voor de gerapporteerde bedreigingen van het personeel doch heeft zij dit niet gedaan. Om deze redenen is de klacht ongegrond.