ORDEMAATREGEL - BEZOEK - MOTIVERING - SUBSIDIARITEIT
Conform de Basiswet had klager in het verleden de toelating gekregen om bezoek te mogen ontvangen van mevrouw, een bezoekster van categorie 2. Deze bezoektoelating werd echter voor één jaar ingetrokken na de ontdekking van langdurige en systematische smokkel van verboden voorwerpen. De klachtencommissie vernietigde deze beslissing gedeeltelijk en bepaalde dat klager na drie maanden opnieuw een aanvraag kon indienen voor bezoek met mevrouw, hetgeen klager deed. De directeur besliste echter om het bezoek nog niet toe te laten waardoor klager opnieuw gedurende drie maanden ontzegd wordt van bezoek met mevrouw. De klachtencommissie begrijpt dat de directie voorzichtig is in het toekennen van bezoek nadat zij de ernstige smokkel van verboden voorwerpen en vooral gevaarlijke voorwerpen, zoals keramische messen, heeft ontdekt. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de bestreden beslissing niet verwijst naar actuele geïndividualiseerde aanwijzingen die leiden tot het besluit dat klager en zijn bezoekster nog steeds de handhaving van de orde en de veiligheid in gevaar zouden brengen. Nochtans heeft de directie tijdens de zitting toegegeven dat klager geen nieuwe tuchtinbreuken meer heeft gepleegd. Ook het bezoek met een andere bezoekster is probleemloos verlopen. De klachtencommissie treedt klager bij in zijn opinie dat op grond van de huidige motivering elke toekomstige bezoekaanvraag zal geweigerd worden hetgeen de facto betekent dat klager voor onbepaalde duur is uitgesloten van bezoek, hetgeen in strijd is met de Basiswet. Bovendien heeft de directie, in tegenstelling tot hetgeen wordt vermeld in de bestreden beslissing, ter zitting bevestigd, dat verboden voorwerpen niet kunnen doorgegeven worden via het glasbezoek. Bijgevolg is glasbezoek een minder ingrijpende doch effectieve maatregel dewelke in eerste instantie tegemoet kan komen aan de gerechtvaardigde vrees van de directie. De ontzegging van elke vorm van bezoek gedurende drie maanden is bijgevolg ook onredelijk en onbillijk. De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de ordemaatregel. De klachtencommissie draagt de directeur op om binnen de maand na de betekening van de beslissing van de klachtencommissie een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Conform de Basiswet heeft klager de toelating gevraagd aan de directeur om ongestoord bezoek te mogen ontvangen van mevrouw, een bezoekster van categorie 2. Niettegenstaande de PSD positief advies had uitgebracht, heeft de directie beslist om de aanvraag van klager voorlopig niet goed te keuren omdat klager in het verleden herhaaldelijk misbruik heeft gemaakt van de bezoekregelingen om verboden producten binnen de gevangenis te smokkelen. In de motivering van de bestreden beslissing wordt verder verwezen naar de grootschalige smokkel die in december 2022 werd ontdekt en waarvoor klager tuchtrechtelijk werd gesanctioneerd en zijn bezoek met mevrouw werd ontzegd. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in haar beslissing heeft nagelaten om aanwijzingen te vermelden die erop wijzen dat klager en mevrouw de bezoekregeling niet hebben nageleefd of niet zullen naleven. Er wordt enkel verwezen naar een tuchtrechtelijke inbreuk uit het verleden. De directie kon tijdens de zitting bovendien bevestigen dat het tafelbezoek zonder problemen is verlopen. De klachtencommissie besluit dat er niet is voldaan aan de toepassingsvoorwaarden uit de Basiswet om het ongestoord bezoek te weigeren. De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de weigeringsbeslissing. De klachtencommissie bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt. Dit wil zeggen dat het ongestoord bezoek van mevrouw aan klager wordt toegekend.
Conform de Basiswet had klager in het verleden de toelating gekregen om bezoek te mogen ontvangen van mevrouw, een bezoekster van categorie 2. Deze bezoektoelating werd echter voor één jaar ingetrokken na de ontdekking van langdurige en systematische smokkel van verboden voorwerpen. De klachtencommissie vernietigde deze beslissing gedeeltelijk en bepaalde dat klager na drie maanden opnieuw een aanvraag kon indienen voor bezoek met mevrouw, hetgeen klager deed. De directeur besliste echter om het bezoek nog niet toe te laten waardoor klager opnieuw gedurende drie maanden ontzegd wordt van bezoek met mevrouw. De klachtencommissie begrijpt dat de directie voorzichtig is in het toekennen van bezoek nadat zij de ernstige smokkel van verboden voorwerpen en vooral gevaarlijke voorwerpen, zoals keramische messen, heeft ontdekt. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de bestreden beslissing niet verwijst naar actuele geïndividualiseerde aanwijzingen die leiden tot het besluit dat klager en zijn bezoekster nog steeds de handhaving van de orde en de veiligheid in gevaar zouden brengen. Nochtans heeft de directie tijdens de zitting toegegeven dat klager geen nieuwe tuchtinbreuken meer heeft gepleegd. Ook het bezoek met een andere bezoekster is probleemloos verlopen. De klachtencommissie treedt klager bij in zijn opinie dat op grond van de huidige motivering elke toekomstige bezoekaanvraag zal geweigerd worden hetgeen de facto betekent dat klager voor onbepaalde duur is uitgesloten van bezoek, hetgeen in strijd is met de Basiswet. Bovendien heeft de directie, in tegenstelling tot hetgeen wordt vermeld in de bestreden beslissing, ter zitting bevestigd, dat verboden voorwerpen niet kunnen doorgegeven worden via het glasbezoek. Bijgevolg is glasbezoek een minder ingrijpende doch effectieve maatregel dewelke in eerste instantie tegemoet kan komen aan de gerechtvaardigde vrees van de directie. De ontzegging van elke vorm van bezoek gedurende drie maanden is bijgevolg ook onredelijk en onbillijk. De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de ordemaatregel. De klachtencommissie draagt de directeur op om binnen de maand na de betekening van de beslissing van de klachtencommissie een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Conform de Basiswet heeft klager de toelating gevraagd aan de directeur om ongestoord bezoek te mogen ontvangen van mevrouw, een bezoekster van categorie 2. Niettegenstaande de PSD positief advies had uitgebracht, heeft de directie beslist om de aanvraag van klager voorlopig niet goed te keuren omdat klager in het verleden herhaaldelijk misbruik heeft gemaakt van de bezoekregelingen om verboden producten binnen de gevangenis te smokkelen. In de motivering van de bestreden beslissing wordt verder verwezen naar de grootschalige smokkel die in december 2022 werd ontdekt en waarvoor klager tuchtrechtelijk werd gesanctioneerd en zijn bezoek met mevrouw werd ontzegd. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in haar beslissing heeft nagelaten om aanwijzingen te vermelden die erop wijzen dat klager en mevrouw de bezoekregeling niet hebben nageleefd of niet zullen naleven. Er wordt enkel verwezen naar een tuchtrechtelijke inbreuk uit het verleden. De directie kon tijdens de zitting bovendien bevestigen dat het tafelbezoek zonder problemen is verlopen. De klachtencommissie besluit dat er niet is voldaan aan de toepassingsvoorwaarden uit de Basiswet om het ongestoord bezoek te weigeren. De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de weigeringsbeslissing. De klachtencommissie bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt. Dit wil zeggen dat het ongestoord bezoek van mevrouw aan klager wordt toegekend.