ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - GEEN BESLISSING DIRECTEUR
Klager heeft op 22.06.2023 een klacht ingediend omdat hij werd ontslagen als keukenmedewerker. Op 17.06.2023 zou hij immers tijdens de uitoefening van zijn job tegen gedetineerden hebben verteld over zijn ontsnappingsplannen waarbij hij ook een personeelslid zou gijzelen met een mes. De keukenverantwoordelijke zou dit hebben gehoord waarna klager moest terugkeren naar zijn sectie. Klager diende zich de volgende dag, te komen verantwoorden bij de directeur en de adjudant. Uit de bijkomende informatie die de klachtencommissie van het klachtenbureau heeft gekregen, blijkt dat klager sinds 17.06.2023 niet meer is gaan werken en de facto op 17.06.2023 werd ontslagen. Nochtans werd de ontslagbeslissing door de directeur pas op 29.06.2023 genomen, zoals bevestigd in het verweer van de directie en de schriftelijke ontslagbeslissing. De dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheidsmaatregel van de Directie Juridische Dienst van 18.06.2015 bepaalt de exhaustieve gevallen waarin de directeur tot een ontslag kan besluiten. Enkel de directeur kan hiertoe beslissen. Deze exclusieve bevoegdheid van de directeur wordt bevestigd in het Huishoudelijk Reglement van de gevangenis van Hasselt. In casu is gebleken dat klager werd ontslagen door een daartoe onbevoegd persoon waarna de directeur het onwettige ontslag pas heeft bekrachtigd op 29.06.2023. Bijgevolg heeft de directeur nagelaten om een beslissing te nemen hoewel hij de enige was die daartoe bevoegd was. De klachtencommissie meent dat de klacht omwille van dit verzuim ontvankelijk is en bovendien gegrond. De klachtencommissie vernietigt het ontslag.
Klager heeft op 22.06.2023 een klacht ingediend omdat hij werd ontslagen als keukenmedewerker. Op 17.06.2023 zou hij immers tijdens de uitoefening van zijn job tegen gedetineerden hebben verteld over zijn ontsnappingsplannen waarbij hij ook een personeelslid zou gijzelen met een mes. De keukenverantwoordelijke zou dit hebben gehoord waarna klager moest terugkeren naar zijn sectie. Klager diende zich de volgende dag, te komen verantwoorden bij de directeur en de adjudant. Uit de bijkomende informatie die de klachtencommissie van het klachtenbureau heeft gekregen, blijkt dat klager sinds 17.06.2023 niet meer is gaan werken en de facto op 17.06.2023 werd ontslagen. Nochtans werd de ontslagbeslissing door de directeur pas op 29.06.2023 genomen, zoals bevestigd in het verweer van de directie en de schriftelijke ontslagbeslissing. De dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheidsmaatregel van de Directie Juridische Dienst van 18.06.2015 bepaalt de exhaustieve gevallen waarin de directeur tot een ontslag kan besluiten. Enkel de directeur kan hiertoe beslissen. Deze exclusieve bevoegdheid van de directeur wordt bevestigd in het Huishoudelijk Reglement van de gevangenis van Hasselt. In casu is gebleken dat klager werd ontslagen door een daartoe onbevoegd persoon waarna de directeur het onwettige ontslag pas heeft bekrachtigd op 29.06.2023. Bijgevolg heeft de directeur nagelaten om een beslissing te nemen hoewel hij de enige was die daartoe bevoegd was. De klachtencommissie meent dat de klacht omwille van dit verzuim ontvankelijk is en bovendien gegrond. De klachtencommissie vernietigt het ontslag.