TERMIJN - ORDEMAATREGEL - BEZOEK
Indien er op 06.05.2023 een beslissing tot intrekking van de bezoektoelating zou zijn genomen, (hetgeen niet geverifieerd kan worden aangezien noch de originele beslissing noch een kopie kan voorgelegd worden), meent de klachtencommissie dat klager, zelfs indien hij zou hebben geweigerd om de beslissing voor kennisname te ondertekenen, geen kennis kon nemen van de inhoud en de gevolgen van deze beslissing aangezien hij op 06.05.2023 onder invloed verbleef in de beveiligde cel (zie KC10/23-0053). Klager kon dus ook geen kennis nemen van de mogelijkheid om een klacht in te dienen tegen deze beslissing. Klager vernam pas op 23.05.2023, tijdens zijn glasbezoek met zijn partner, dat hij eigenlijk geen bezoek van haar mocht ontvangen, waarna klager op 25.05 en 27.05.2023 twee klachten indiende. Hoewel de klacht tegen de intrekking van de bezoektoelating van 06.05.2023 dus laattijdig werd ingediend, is de klachtencommissie van oordeel dat klager de klacht zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden. De klacht is ontvankelijk.
De directeur kan het bezoek met een bezoeker van categorie 2 tijdelijk ontzeggen wanneer
1) er geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat het bezoek de handhaving van de orde of de veiligheid in gevaar kan brengen;
2) wanneer de bezoekregeling eerder niet werd nageleefd en er redenen zijn om aan te nemen dat de inbreuk zich zal herhalen;
3) wanneer er niet-toegelaten voorwerpen werden binnengebracht via het bezoek;
4) wanneer de persoonlijkheid van de gedetineerde een contra-indicatie vormt voor de toekenning van ongestoord bezoek.
De voorlopige ontzegging moet gemotiveerd zijn en wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de gedetineerde. Bij gebreke aan de originele beslissing of een kopie ervan, kan de klachtencommissie niet nagaan of de voorwaarden uit de Basiswet gevolgd zijn. Bijgevolg is de klacht gegrond.
Indien er op 06.05.2023 een beslissing tot intrekking van de bezoektoelating zou zijn genomen, (hetgeen niet geverifieerd kan worden aangezien noch de originele beslissing noch een kopie kan voorgelegd worden), meent de klachtencommissie dat klager, zelfs indien hij zou hebben geweigerd om de beslissing voor kennisname te ondertekenen, geen kennis kon nemen van de inhoud en de gevolgen van deze beslissing aangezien hij op 06.05.2023 onder invloed verbleef in de beveiligde cel (zie KC10/23-0053). Klager kon dus ook geen kennis nemen van de mogelijkheid om een klacht in te dienen tegen deze beslissing. Klager vernam pas op 23.05.2023, tijdens zijn glasbezoek met zijn partner, dat hij eigenlijk geen bezoek van haar mocht ontvangen, waarna klager op 25.05 en 27.05.2023 twee klachten indiende. Hoewel de klacht tegen de intrekking van de bezoektoelating van 06.05.2023 dus laattijdig werd ingediend, is de klachtencommissie van oordeel dat klager de klacht zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden. De klacht is ontvankelijk.
De directeur kan het bezoek met een bezoeker van categorie 2 tijdelijk ontzeggen wanneer
1) er geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat het bezoek de handhaving van de orde of de veiligheid in gevaar kan brengen;
2) wanneer de bezoekregeling eerder niet werd nageleefd en er redenen zijn om aan te nemen dat de inbreuk zich zal herhalen;
3) wanneer er niet-toegelaten voorwerpen werden binnengebracht via het bezoek;
4) wanneer de persoonlijkheid van de gedetineerde een contra-indicatie vormt voor de toekenning van ongestoord bezoek.
De voorlopige ontzegging moet gemotiveerd zijn en wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de gedetineerde. Bij gebreke aan de originele beslissing of een kopie ervan, kan de klachtencommissie niet nagaan of de voorwaarden uit de Basiswet gevolgd zijn. Bijgevolg is de klacht gegrond.