Ga verder naar de inhoud

KC10/23-0057

Fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING

Een onderzoek aan het lichaam kan enkel door de directeur worden bevolen wanneer hij van oordeel is dat er individuele aanwijzingen zijn dat het onderzoek aan de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. In casu heeft de directeur een beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam bevolen met als motivering: “Tijdens de laatste controle met drugshond ging de hond zitten bij de bezoekster van bovengenoemde. Er werden toen geen verboden substanties gevonden maar betrokkene had net iets weggespoeld op toilet. Omdat een controle aan de kledij niet volstaat om uit te sluiten dat betrokkene verboden substanties mee wil smokkelen, beval ik een fouille op het lichaam.” De klachtencommissie onderschrijft het belang en de noodzaak om naaktfouilles te bevelen ter vrijwaring van de orde en de veiligheid. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de motivering van de beslissing geen concrete elementen aanhaalt waarom men vermoedde dat klager na het tafelbezoek met zijn moeder en tante, in het bezit zou zijn van verboden voorwerpen. In de motivering verwijst men immers naar de laatste controle met de drugshond waarbij de hond ging zitten bij de bezoekster van klager. Het klachtenbureau heeft namens de directie bevestigd dat de laatste controle betrekking heeft op de controle die plaatsvond op 12.04.2023 zoals uitgebreid beschreven door klager in zijn klacht. Op 12.04.2023 werd de vriendin van klager gecontroleerd. Op 14.05.2023 kreeg klager bezoek van zijn moeder en tante. Bovendien is er in de klacht van klager sprake dat zijn vriendin op 12.04.2023 iets zou hebben doorgespoeld terwijl de directeur in de bestreden beslissing doet uitschijnen dat klager iets zou hebben doorgespoeld. Tot slot heeft klager tussen het geannuleerde bezoek van 12.04.2023 en het bezoek van 14.05.2023 verschillende keren bezoek ontvangen, waaronder van zijn vriendin, en toen werd het niet noodzakelijk bevonden om klager te controleren na het bezoek, zelfs niet na het ongestoord bezoek. De klachtencommissie is van oordeel dat de omstandigheid dat de drugshond op 12.04.2023 ging zitten bij de vriendin van klager voorafgaand aan hun bezoek, geen individuele aanwijzing uitmaakte die de fouillering op het lichaam van 14.05.2023 rechtvaardigde. De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot het opleggen van de fouillering op het lichaam onwettig was. De klacht is gegrond.