Ga verder naar de inhoud

KC10/23-0029

Non fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - SUBSIDIAIRITEIT - BEWIJS

Naar aanleiding van een celcontrole bij klager, werd Sambuca in de diepvries gevonden en vijf laadkabels, verstopt tussen energydrank. Verder werden er goederen gevonden waarvan de hoeveelheid niet conform het huishoudelijk reglement was. Artikel 122 van de Basiswet bepaalt dat het beroep op de tuchtprocedure beperkt moet blijven tot situaties waarin de handhaving van de orde en de veiligheid van de inrichting dit gebiedend rechtvaardigen en er geen enkel ander middel kan worden gebruikt om dit te verzekeren. Gelet op het tuchtrechtelijk verleden van klager waarbij klager recent tuchtrechtelijk werd gesanctioneerd voor de vondst van verschillende gsm’s en messen in zijn cel (KC10/23-0003) en minder dan twee maanden later opnieuw verboden voorwerpen werden gevonden in zijn cel, meent de klachtencommissie dat de beslissing van de directie om een tuchtprocedure op te starten, een redelijke beslissing was en dus in overeenstemming is met de bepalingen van artikel 122 van de Basiswet.

Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting verklaarden klager en zijn advocaat dat klager niet opnieuw kan gesanctioneerd worden voor het bezit van laadkabels en alcohol omdat die voorwerpen al op zijn cel lagen op het moment dat zijn cel twee maanden geleden werd gecontroleerd. Toen werden die voorwerpen niet gevonden. De klachtencommissie stelt vast dat niets erop wijst dat de celcontrole van twee maanden eerder niet grondig zou zijn uitgevoerd. Klager brengt hiervan ook geen bewijs bij, minstens maakt hij dit gegeven niet aannemelijk. Wanneer klager aanvoert dat de thans gevonden voorwerpen reeds bij die celcontrole in zijn bezit waren maar men deze toen niet heeft gevonden, draagt hij de bewijslast voor deze stelling.

Uit het uitgebreide RAD blijkt onomstotelijk dat er goederen aanwezig waren in de cel van klager die verboden zijn volgens het huishoudelijk reglement. De klachtencommissie is verder van oordeel dat klager zowel op de tuchtrechtelijke hoorzitting als in zijn klacht geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties heeft aangebracht waarom de opstellers zouden liegen en de vaststellingen niet correct zouden zijn. Bovendien ontkent klager ook niet dat dit zijn spullen zijn. De klachtencommissie  ziet dan ook geen reden  waarom  de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet  enkel had  mogen  steunen op het RAD. De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van veertien dagen ATV wegens de niet-naleving van de bepalingen van het huishoudelijk reglement, een inbreuk van tweede categorie. Voor een inbreuk van tweede categorie kan maximaal vijftien dagen ATV worden opgelegd, zodat de tuchtsanctie wettig is. Gelet op het element van herhaling, is de klachtencommissie van oordeel dat de tuchtsanctie ook niet onredelijk of onbillijk is. De klacht is ongegrond.