KC10/23-0019
Fondée
Compensation
KC - Hasselt
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - SANCTIE - PROPORTIONALITEIT - TEGEMOETKOMING
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het RAD dat werd opgesteld naar aanleiding van een opgelegde celcontrole. Twee beambten vonden opgespaarde medicatie, namelijk twee verdachte witte pilletjes en een zakje met verdachte substantie (=speed). Bij aanvang van de tuchtrechtelijke hoorzitting gaf de directeur aan dat de opgespaarde medicatie intussen werd getest en dat het gaat om suboxone, medicatie voorgeschreven voor klager. Klager heeft meteen toegegeven dat de medicatie inderdaad van haar was. Over de verdachte substantie/drugs, verklaarde klager dat deze niet van haar waren maar van haar celgenoot. In de motivering van de tuchtbeslissing werd expliciet vermeld dat klager niet gesanctioneerd werd voor de drugs maar wel voor het opsparen van medicatie hetgeen verboden is conform het huishoudelijk reglement. Gelet op de verklaring van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting waarbij zij toegeeft dat de medicatie van haar was en dat zij aangeeft in haar klacht dat zij de pil van de dag voordien niet had ingenomen, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk van tweede categorie, het niet-naleven van de door het huishoudelijke reglement voorgeschreven bepalingen. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van veertien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie kan maximaal vijftien dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie in casu wettig was.
In de motivering van de tuchtbeslissing staat echter dat handel niet uit te sluiten valt. Nochtans werd in het RAD, noch tijdens de tuchtzitting hierover enige melding gemaakt, zodat het niet is aangetoond dat klager handel zou hebben gedreven. De klachtencommissie meent nochtans dat de verwijzing hiernaar heeft meegespeeld bij de straftoemeting. In de tuchtbeslissing worden eventuele tuchtrechtelijke voorgaanden ook niet aangehaald als verzwarende omstandigheid. De klachtencommissie is van oordeel dat, rekening houdend met het vergrijp, de tuchtsanctie te zwaar is en dus onredelijk is. De klacht is gedeeltelijk gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd in de mate waarin de tuchtsanctie op méér dan zeven dagen ATV werd bepaald. De klachtencommissie kent één extra ongestoord bezoekmoment toe dat dient te worden ingepland binnen de drie maanden vanaf de betekening van de beslissing.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het RAD dat werd opgesteld naar aanleiding van een opgelegde celcontrole. Twee beambten vonden opgespaarde medicatie, namelijk twee verdachte witte pilletjes en een zakje met verdachte substantie (=speed). Bij aanvang van de tuchtrechtelijke hoorzitting gaf de directeur aan dat de opgespaarde medicatie intussen werd getest en dat het gaat om suboxone, medicatie voorgeschreven voor klager. Klager heeft meteen toegegeven dat de medicatie inderdaad van haar was. Over de verdachte substantie/drugs, verklaarde klager dat deze niet van haar waren maar van haar celgenoot. In de motivering van de tuchtbeslissing werd expliciet vermeld dat klager niet gesanctioneerd werd voor de drugs maar wel voor het opsparen van medicatie hetgeen verboden is conform het huishoudelijk reglement. Gelet op de verklaring van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting waarbij zij toegeeft dat de medicatie van haar was en dat zij aangeeft in haar klacht dat zij de pil van de dag voordien niet had ingenomen, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk van tweede categorie, het niet-naleven van de door het huishoudelijke reglement voorgeschreven bepalingen. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van veertien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie kan maximaal vijftien dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie in casu wettig was.
In de motivering van de tuchtbeslissing staat echter dat handel niet uit te sluiten valt. Nochtans werd in het RAD, noch tijdens de tuchtzitting hierover enige melding gemaakt, zodat het niet is aangetoond dat klager handel zou hebben gedreven. De klachtencommissie meent nochtans dat de verwijzing hiernaar heeft meegespeeld bij de straftoemeting. In de tuchtbeslissing worden eventuele tuchtrechtelijke voorgaanden ook niet aangehaald als verzwarende omstandigheid. De klachtencommissie is van oordeel dat, rekening houdend met het vergrijp, de tuchtsanctie te zwaar is en dus onredelijk is. De klacht is gedeeltelijk gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd in de mate waarin de tuchtsanctie op méér dan zeven dagen ATV werd bepaald. De klachtencommissie kent één extra ongestoord bezoekmoment toe dat dient te worden ingepland binnen de drie maanden vanaf de betekening van de beslissing.