TUCHT - BEZOEK - SANCTIE - ORDEMAATREGEL
De kwalificatie van de feiten als een inbreuk op het huishoudelijk reglement is volgens de klachtencommissie correct. Gelet op het feit dat klager geen roker is, vindt de klachtencommissie het problematisch dat het roken en/of het binnenbrengen van de aansteker aan haar wordt toegerekend, nu zij wellicht zelf niet gerookt heeft en het weinig waarschijnlijk is dat de aansteker op haar vraag binnengebracht werd.
De klachtencommissie meent echter dat in het voorliggend dossier artikel 122 Basiswet speelt. Gelet op de uiteindelijke tuchtsanctie die de directie heeft genomen, was het meer aangewezen om een ordemaatregel van tijdelijke weigering van ongestoord bezoek te nemen op basis van artikel 59 Basiswet, in plaats van een tuchtprocedure op te starten. Er was immers sprake van het niet-naleven van de bezoekregeling door de bezoeker. Zoals klager zelf heeft aangegeven tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting is haar partner kettingroker. Het is niet aannemelijk dat deze partner, kettingroker zijnde, zich gedurende de volledige duurtijd van het ongestoord bezoek heeft kunnen onthouden van het roken van één of meerdere sigaretten. In het licht van deze vaststelling alsook rekening houdend met de materiële vaststellingen in het RAD (het waarnemen van een geur van sigarettenrook) acht de klachtencommissie het bewezen dat de partner van klager tijdens het ongestoord bezoek heeft gerookt. Er bestaan ook redenen om aan te nemen dat deze inbreuk op de bezoekregeling zich kan herhalen (artikel 59 §1, derde lid, 1° Basiswet) nu de partner van klager zich eerder reeds schuldig maakte aan een overtreding van het rookverbod. Ook werd een inbreuk gepleegd op art 59 § 1 derde lid 2° Basiswet daar de bezoeker een niet toegelaten voorwerp (de aansteker) in de gevangenis heeft binnengebracht, hetgeen is bewezen door het feit dat voor aanvang van het ongestoord bezoek de aansteker niet aanwezig was in de bezoekersruimte en deze wel in die ruimte werd aangetroffen na afloop van het ongestoord bezoek.
Ook voor wat betreft de opgelegde tuchtsanctie is de (motivering van de) tuchtbeslissing gebrekkig. De directeur koos (blijkens de aankruising) voor de bijzondere tuchtsanctie van het verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve of ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband (artikel 133, 5° van de Basiswet). Er werd daarbij gedurende 14 dagen een verbod voor de activiteit ‘ongestoord bezoek’ opgelegd (blijkens de handgeschreven notitie). De klachtencommissie wijst erop dat deze sanctie valt onder artikel 133, 3° Basiswet (de ontzegging of beperking van de omgang met bezoekers van buiten de gevangenis). Een bijzondere tuchtsanctie moet steeds in verband staan met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk (artikel 133 van de Basiswet). De directie motiveert niet waarom ze voor deze sanctie heeft geopteerd. De beslissing voldoet dan ook in elk geval niet aan artikel 133 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie bepaalt in toepassing van artikel 158 §3, 2° Basiswet dat haar uitspraak (ordemaatregel waarbij ongestoord bezoek wordt geweigerd gedurende 14 dagen, van 14/10/22 tot 27/10/22) in de plaats treedt van de vernietigde beslissing. De gevolgen van de vernietigde tuchtsanctie zijn aldus dezelfde als deze van de door de klachtencommissie genomen beslissing, zodat de vraag naar tegemoetkoming niet aan de orde is.
De kwalificatie van de feiten als een inbreuk op het huishoudelijk reglement is volgens de klachtencommissie correct. Gelet op het feit dat klager geen roker is, vindt de klachtencommissie het problematisch dat het roken en/of het binnenbrengen van de aansteker aan haar wordt toegerekend, nu zij wellicht zelf niet gerookt heeft en het weinig waarschijnlijk is dat de aansteker op haar vraag binnengebracht werd.
De klachtencommissie meent echter dat in het voorliggend dossier artikel 122 Basiswet speelt. Gelet op de uiteindelijke tuchtsanctie die de directie heeft genomen, was het meer aangewezen om een ordemaatregel van tijdelijke weigering van ongestoord bezoek te nemen op basis van artikel 59 Basiswet, in plaats van een tuchtprocedure op te starten. Er was immers sprake van het niet-naleven van de bezoekregeling door de bezoeker. Zoals klager zelf heeft aangegeven tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting is haar partner kettingroker. Het is niet aannemelijk dat deze partner, kettingroker zijnde, zich gedurende de volledige duurtijd van het ongestoord bezoek heeft kunnen onthouden van het roken van één of meerdere sigaretten. In het licht van deze vaststelling alsook rekening houdend met de materiële vaststellingen in het RAD (het waarnemen van een geur van sigarettenrook) acht de klachtencommissie het bewezen dat de partner van klager tijdens het ongestoord bezoek heeft gerookt. Er bestaan ook redenen om aan te nemen dat deze inbreuk op de bezoekregeling zich kan herhalen (artikel 59 §1, derde lid, 1° Basiswet) nu de partner van klager zich eerder reeds schuldig maakte aan een overtreding van het rookverbod. Ook werd een inbreuk gepleegd op art 59 § 1 derde lid 2° Basiswet daar de bezoeker een niet toegelaten voorwerp (de aansteker) in de gevangenis heeft binnengebracht, hetgeen is bewezen door het feit dat voor aanvang van het ongestoord bezoek de aansteker niet aanwezig was in de bezoekersruimte en deze wel in die ruimte werd aangetroffen na afloop van het ongestoord bezoek.
Ook voor wat betreft de opgelegde tuchtsanctie is de (motivering van de) tuchtbeslissing gebrekkig. De directeur koos (blijkens de aankruising) voor de bijzondere tuchtsanctie van het verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve of ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband (artikel 133, 5° van de Basiswet). Er werd daarbij gedurende 14 dagen een verbod voor de activiteit ‘ongestoord bezoek’ opgelegd (blijkens de handgeschreven notitie). De klachtencommissie wijst erop dat deze sanctie valt onder artikel 133, 3° Basiswet (de ontzegging of beperking van de omgang met bezoekers van buiten de gevangenis). Een bijzondere tuchtsanctie moet steeds in verband staan met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk (artikel 133 van de Basiswet). De directie motiveert niet waarom ze voor deze sanctie heeft geopteerd. De beslissing voldoet dan ook in elk geval niet aan artikel 133 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie bepaalt in toepassing van artikel 158 §3, 2° Basiswet dat haar uitspraak (ordemaatregel waarbij ongestoord bezoek wordt geweigerd gedurende 14 dagen, van 14/10/22 tot 27/10/22) in de plaats treedt van de vernietigde beslissing. De gevolgen van de vernietigde tuchtsanctie zijn aldus dezelfde als deze van de door de klachtencommissie genomen beslissing, zodat de vraag naar tegemoetkoming niet aan de orde is.