Ga verder naar de inhoud

KC10/22-0063

Fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - VERBODEN SUBSTANTIES - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING

Klager kreeg bij tuchtbeslissing een sanctie van 21 dagen ATV voor het bezit van of handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en het bezit of misbruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken. Klager ontkent de ten laste gelegde feiten. Het RAD, met vermelding van twee getuigen, vormt een voldoende bewijs met betrekking tot het bestaan van de erin aangehaalde feiten, waarop de directeur zich kan baseren. De directeur kon er derhalve terecht van uitgaan dat een GSM-toestel in handen van klager werd aangetroffen zodat hij op juiste wijze de inbreuk bewezen achtte.

De klachtencommissie stelt vast dat in het RAD ook gesproken wordt van onbekende pillen en een substantie in folie gewikkeld. Nergens wordt in het RAD beschreven over welke verboden substanties het zou (kunnen) gaan. Tijdens de tuchthoorzitting wordt enkel gesproken over de deo, en wordt op de vondst van pillen en de in folie gewikkelde substantie niet verder ingegaan. De klachtencommissie oordeelt dat de directie onvoldoende motiveert hoe ze tot deze kwalificatie gekomen is. Bovendien wordt in de motivering nergens verwezen naar het bezit van of handel in verboden voorwerpen of substanties, minstens is zo een verwijzing onduidelijk. De tuchtbeslissing voldoet dan ook niet aan de vereisten van artikel 8 j° artikel 144 §6, tweede lid van de Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De directeur moet binnen de 7 dagen een nieuwe beslissing nemen.